Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Btw: de belasting over de toegevoegde waarde, een fenomeen waar we in Nederland al een halve eeuw mee bekend zijn. In juni jl. organiseerde het Fonds Indirect Tax het congres ‘50 jaar btw’ in Leiden. Terwijl in het tweede deel werd gesproken over de hedendaagse uitdagingen voor de btw-wetgevers in Nederland en Europa en hoe de btw zou moeten worden hervormd in de toekomst, werden de congresbezoekers eerst door prof. mr. D.B. Bijl en mr. D.G. van Vliet vijftig jaar terug in de tijd meegenomen, naar de tijd dat de btw net werd ingevoerd en de gewone burger maar ook de gemiddelde ondernemer geen flauw benul had van wat btw moest voorstellen. Naar de tijd dat op televisie primitief btw-advies werd gegeven aan ondernemers om de winkel in tweeën te splitsen met twee kassa’s: één voor de goederen die belast zijn met het verlaagde btw-tarief en één voor goederen die belast zijn met het standaard btw-tarief. Die tijd is voor Nederland gelukkig al een stukje historie geworden, maar voor een zestal landen in het Midden-Oosten zijn dit geen onbekende taferelen.

De Verenigde Arabische Emiraten (hierna: VAE), het Koninkrijk Saudi-Arabië (hierna: KSA), Bahrein, Koeweit, Oman en Qatar, de zogenoemde GCC-landen, hebben hun intentie om een ‘value added tax’ in te voeren handen en voeten gegeven door het zogeheten ‘Unified VAT Agreement for the Cooperation Council for the Arab States of the Gulf’ (hierna: GCC Agreement) in 2017 te tekenen. Twee van de zes GCC-landen, VAE en KSA, hebben de btw al per 1 januari 2018 ingevoerd. Recent heeft ook Bahrein bekendgemaakt dat de btw per 1 januari 2019 zal worden ingevoerd. Voor VAE en KSA is het einde van het eerste jaar met btw al in zicht.

In deze opinie kijk ik daarom eerst terug naar de eerste bevindingen en uitdagingen en geef ik vervolgens een korte beschrijving van het ingevoerde btw-systeem in de VAE. Tot slot noem ik enkele aandachtspunten voor de reeds aanwezige Nederlandse bedrijven en Nederlandse bedrijven die zaken doen of willen doen met de VAE en met dat doel het land bezoeken. De VAE investeren van oudsher al heel veel om nieuwe inkomensbronnen te creëren en zo minder afhankelijk te worden van olie, en met het naderen van de Expo 2020 in Dubai wordt dit alsmaar meer. Dit biedt veel kansen voor Nederlandse bedrijven die met de al aanwezige kennis en kunde binnen hun bedrijf hieraan kunnen bijdragen.

Terugblik op de eerste maanden met btw

Van een land zonder btw naar een land met btw is geen gemakkelijke opgave. In Nederland is het polderen een normaal gebruik om besluiten te nemen. We doen er jaren over om plannen te maken, deze uit te werken en met alle betrokkenen te bespreken om tot een compromis te komen, voordat we besluiten op de uitvoeringsagenda zetten.

In de VAE is de btw-wet gepubliceerd in mei 2017. De wet geeft op hoofdlijnen weer wat de btw-regels zijn, maar alle details zijn opgenomen in het btw-besluit (VAT executive regulations). Zonder dit besluit is het een hele lastige taak (lees: onmogelijk) om de btw te implementeren. Pas midden november 2017 is het btw-besluit gepubliceerd en de btw is in werking getreden per 1 januari 2018. Met nog maar anderhalve maand te gaan tot de inwerkingtreding van de btw in de VAE werden er honderden btw-specialisten ingevlogen van over de hele wereld om aan de vraag van klanten te kunnen voldoen. Binnen enkele dagen werden ‘VAT impact assessments’ opgesteld voor bedrijven om vast te stellen of er moest worden geregistreerd en wat de btw-behandeling is van de prestaties van deze bedrijven. Terwijl het een onmogelijke taak leek, is het toch aardig gelukt door de inzet van de btw-adviseurs die letterlijk dag en nacht hebben gewerkt om bedrijven klaar te stomen voor de btw-implementatie. Alhoewel nog niet alle belastingplichtigen voor 100% aan de geldende wetgeving voldoen en er nog veel manueel werk wordt gedaan omdat de ERP-systemen nog niet goed geconfigureerd zijn, lukte het toch om de bedrijven te registreren voor de btw en wordt btw in rekening gebracht voor de prestaties die deze bedrijven verrichten. Dat de btw-wet en het besluit nog vele onduidelijkheden bevatten, blijkt ook wel als men kijkt naar het aantal nieuwe documenten dat door de lokale belastingautoriteit (Federal Tax Authority: hierna FTA) is gepubliceerd in de maanden na 1 januari 2018: inmiddels zijn er twintig ‘guides’, acht ‘public clarifications’ en negen ‘cabinet decisions’ gepubliceerd. De vastgoedsector bijvoorbeeld is een hele belangrijke sector voor de economie van de VAE en de ‘Real estate VAT guide’ was derhalve een onmisbaar document voor de praktijk omdat de vele vragen die er in de praktijk leefden hierin (deels) werden beantwoord. De ‘guides’ geven weliswaar handvatten voor het bepalen van de btw-behandeling, maar het zijn geen bindende documenten. Het is ‘slechts’ een interpretatie van de wet door de FTA, de feiten en omstandigheden zijn immers van geval tot geval anders. De verwachting is dan ook dat het nog wel een tijdje (lees: jaren) zal duren voordat de belastingplichtigen het gevoel hebben dat ze antwoord hebben gehad op de meest fundamentele zaken. Uit ervaring in Europa weten we natuurlijk dat de btw-ontwikkelingen zelfs na vijftig jaar nog doorgaan en er voorlopig geen einde zal komen aan de discussies tussen belastingautoriteiten en belastingplichtigen. Dit is niet anders voor de VAE, KSA en de landen die de btw nog zullen invoeren in de nabije toekomst.

Het btw-systeem (VAT system) in de VAE in het kort

Om meteen met de deur in huis te vallen: het btw-systeem in de VAE is aardig vergelijkbaar met het btw-systeem dat wij in Europa kennen. In het geval van de VAE wordt er btw berekend over belastbare prestaties (goederen en diensten), fictieve prestaties en import van goederen (goederen die zijn geïmporteerd in de VAE die niet zouden zijn vrijgesteld als ze in de VAE zouden zijn geleverd).

Het standaard btw-tarief in de VAE is 5% en er is een nultarief voor specifieke prestaties (bijvoorbeeld internationale passagiers en goederentransport, onderwijs, gezondheidszorg en export).1 Daarnaast zijn er ook vrijstellingen te vinden in de VAE-wet (bijvoorbeeld specifieke financiële diensten, levering van bouwgrond en lokaal passagierstransport).2

Ondernemers die btw in rekening brengen aan afnemers van hun prestaties dienen deze btw te collecteren en middels een maandelijkse aangifte of kwartaalaangifte af te dragen aan de FTA. De btw-geregistreerde ondernemers die de ingekochte goederen en diensten gebruiken voor hun belastbare prestaties, mogen dezelfde btw weer in aftrek brengen. Als per saldo het aftrekrecht hoger is dan de in rekening gebrachte btw, dan kan de ondernemer ervoor kiezen om een teruggaafverzoek in te dienen of kan het saldo worden doorgeschoven naar de volgende aangifteperiode. Dit is wel een belangrijk verschil met sommige jurisdicties waar de ondernemers de btw alsmaar moeten doorschuiven totdat er belastbare prestaties tegenover staan zodat zij verrekend kan worden of waar slechts eenmaal per jaar btw teruggevraagd kan worden. In het geval van een teruggaafverzoek in de VAE dient het verzoek binnen twintig werkdagen te worden beoordeeld en dient het bedrag vervolgens binnen vijf werkdagen te worden uitbetaald als de FTA akkoord gaat met het teruggaafverzoek. Voor de volledigheid, bedrijven die alleen vrijgestelde prestaties verrichten, kunnen de btw die hen in rekening wordt gebracht niet in aftrek brengen. Een pro rata is van toepassing op ondernemers die zowel belaste als vrijgestelde prestaties verrichten.

Goed om te vermelden is dat de wet ook een aantal btw-aftrek beperkende regels kent, de zogenoemde ‘blocked input tax’. Btw betaald voor de lease of aankoop van een motorvoertuig voor gebruik in de onderneming maar dat ‘beschikbaar’ is voor privégebruik, btw op andere goederen en diensten die worden ingekocht en vervolgens gratis ter beschikking worden gesteld aan medewerkers of de btw op ‘entertainmentuitgaven’ zijn voorbeelden waarbij de aankoop-btw niet teruggevraagd kan worden, maar ook deze regels zullen in de praktijk nog verder uitgekristalliseerd moeten worden.

Verder kent de btw-wet in de VAE specifieke regels voor onderlinge prestaties tussen de GCC-landen, maar deze regels zijn nog niet van kracht doordat de VAE en KSA elkaar nog niet erkennen als ‘implementing states’ omdat het geplande elektronische informatieuitwisselingssysteem nog niet in werking is getreden. Tot die tijd worden prestaties tussen de VAE en KSA gezien als export en import.

Aandachtspunten voor Nederlandse bedrijven Business Visitors Refund Scheme

Nederlandse bedrijven die naar de VAE gaan om zaken te doen of om de mogelijkheden in de markt te verkennen, maken allerlei kosten waarbij btw aan hen in rekening wordt gebracht. Deze bedrijven kunnen, als wordt voldaan aan de voorwaarden, de aan hen in rekening gebrachte btw terugvragen. Dit systeem is vergelijkbaar met het systeem in Europa (Dertiende Richtlijn). Om in aanmerking te komen voor deze btw-teruggaaf die zijn basis kent in de btw-wet moet wel worden voldaan aan een aantal voorwaarden omschreven in de ‘Business Visitors Guide’:

  1. De ondernemer moet niet gevestigd zijn in een ‘implementing state’. Op dit moment is dat alleen nog maar de KSA (vanuit het perspectief van de VAE).
  2. De ondernemer moet gevestigd zijn buiten de GCC-landen.
  3. De ondernemer moet geregistreerd zijn bij de bevoegde autoriteit (de Belastingdienst in het geval van Nederland) in het land waar deze ondernemer is gevestigd.
  4. De ondernemer mag niet gevestigd zijn in de VAE en mag geen vaste inrichting hebben in de VAE.
  5. De ondernemer mag niet geregistreerd zijn voor btw-doeleinden in de VAE of de verplichting hebben om zich te registreren in de VAE op basis van de wet.
  6. De ondernemer moet komen uit een land dat voor de ondernemers uit de VAE vergelijkbare teruggaaf mogelijk maakt (in het geval van Nederland wordt hieraan voldaan omdat Nederland buitenlandse ondernemers deze mogelijkheid biedt op basis van de Dertiende Richtlijn.
  7. De btw die wordt teruggevraagd moet minimaal AED 2.000 bedragen (circa € 500).
  8. Er kan slechts één maal in de twaalf maanden een teruggaafverzoek worden ingediend.
  9. Het teruggaafverzoek kan pas worden ingediend na het einde van het jaar 2018.
Tentoonstellingen en conferenties
Naast het ‘Business Visitors Refund Scheme’, is er ook nog een andere regeling waarbij lokale bedrijven in de VAE een licentie kunnen aanvragen bij de FTA zodat ze voor bepaalde diensten als het verlenen van het recht om een ruimte te gebruiken voor een tentoonstelling of conferentie of het verlenen van toegang tot / deelname aan een tentoonstelling of conferentie wel btw in rekening brengen aan de internationale klant, maar deze klant de btw niet hoeft te betalen. De prestatie wordt in dat geval door de dienstverrichter gerapporteerd als belastbare prestatie in de aangifte maar wordt meteen ook als voorbelasting in dezelfde aangifte in aftrek gebracht als aan alle formaliteiten is voldaan. Het voordeel voor de internationale klant is dat deze het bedrag aan btw in de eerste plaats niet hoeft te betalen aan de leverancier van de genoemde diensten en daarmee voorkomen wordt dat hij het later moet terugvragen via het ‘Business Visitors Refund Scheme’. Naast het cashflowvoordeel bespaart de internationale ondernemer zich ook de administratieve rompslomp. Een ander voordeel van deze regeling ten opzichte van het ‘Business Refund Scheme’ is dat de ondernemer in het geval van het ‘Business Refund Scheme’ de betaalde btw in de VAE kwijtraakt als de btw die betaald is in een jaar tijd minder dan AED 2.000 bedraagt, terwijl er bij de regeling voor tentoonstellingen en conferenties geen drempel geldt. Registratieverplichting

Als bedrijven naar de VAE komen voor inventarisatie van de mogelijkheden voor hun bedrijf en kosten maken, kunnen ze zoals beschreven gebruikmaken van 1. het Business Refund Scheme om de betaalde btw terug te vragen of 2. de regeling voor tentoonstellingen en conferenties zodat geen btw betaald hoeft te worden als de dienstverrichter een licentie heeft. Niet op de hoogte zijn van deze regelingen zorgt er in het ergste geval voor dat de betaalde btw een kostenpost wordt voor deze bedrijven. Nog belangrijker is om op de hoogte te zijn van de regels als er daadwerkelijk zaken wordt gedaan met klanten (zowel geregistreerde als niet geregistreerde voor de btw) in de VAE. Als Nederlandse bedrijven in de VAE al zaken doen of in de toekomst zaken gaan doen is de eerste belangrijkste stap voor de btw om vast te stellen of ze zich kunnen of moeten registreren voor btw-doeleinden. De drempel voor de verplichte btw-registratie is vastgesteld op AED 375.000 (circa € 90.000/$100.000). De drempel voor de vrijwillige btw-registratie is vastgesteld op AED 187.500 (circa € 45.000/$50.000).

In Nederland gevestigde bedrijven die zaken doen met in de VAE voor de btw geregistreerde bedrijven hoeven zich in principe niet te registreren omdat de afnemer van de prestaties de Reverse Charge Mechanism (RCM)/verleggingsregeling kan toepassen, die erop neerkomt dat de afnemer in de VAE de btw zelf in rekening brengt en afhankelijk van haar aftrekrecht in de VAE weer in mindering kan brengen.

In het geval dat dezelfde in Nederland gevestigde bedrijven diensten verrichten aan niet-btw-geregistreerde afnemers waarbij de plaats van dienst in de VAE is, is er een verplichting om zich te registreren in de VAE vanaf de eerste Dirham aan omzet zonder dat het drempelbedrag voor de btw-registratie bereikt hoeft te worden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een bedrijf dat telecommunicatie en elektronische diensten verricht aan niet-btw-geregistreerde afnemers en de plaats van dienst in de VAE is. Doordat de verplichting om btw te collecteren en af te dragen niet naar de afnemer verlegd kan worden bestaat er een registratieplicht voor de dienstverrichter.

Hoewel er nog steeds veel onduidelijkheden zijn voor wat betreft de btw-wetgeving en er daarom een hoop valt te verduidelijken is de btw in de VAE en KSA al wel een feit en gaat Bahrein de btw per 1 januari 2019 implementeren. Het Nederlandse gezegde: ‘een goed begin is het halve werk’ is ook in het Midden-Oosten – en misschien wel vooral in het Midden-Oosten – een goed uitgangspunt voor bedrijven die in deze regio zaken willen doen. Bedrijven doen er goed aan zich goed te laten adviseren voordat activiteiten gestart worden in landen waar de btw recent is ingevoerd of in landen waar ze al activiteiten hebben en de btw binnenkort zal worden ingevoerd, want hoewel de wetgeving er al staat, zijn de details met betrekking tot geschillenbeslechting namelijk nog steeds niet volledig duidelijk en kunnen eventuele geschillen met de belastingautoriteiten daardoor heel erg lang voor onzekere belastingposities zorgen. Wordt vervolgd…

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Auteur(s)
Halil Erdem
PwC
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/64
Judoreg
NFB2218
Publicatiedatum
29 november 2018

X