Direct naar content gaan

Samenvatting

Een man is directeur en enig aandeelhouder van een BV die onroerende zaken aan- en verkoopt en exploiteert. Sinds 1994 kocht hij regelmatig samen met deze BV onroerende zaken bestaande uit winkelruimtes met daarboven verhuurde appartementen. Na een bepaalde aankoop werd een complex gesplitst in appartementsrechten, waarvan de winkelruimtes werden toegedeeld aan de BV en de appartementen aan de man. De man verkocht de appartementen steeds zodra zij vrij van huur kwamen. De inspecteur heeft het bij de verkopen behaalde voordeel in de jaren 1999 tot en met 2001 tot het belastbare inkomen gerekend. Het Hof acht dat terecht. Het heeft geoordeeld dat de bezigheden van de man normaal actief vermogensbeheer te boven gaan. Het Hof heeft aan zijn oordeel mede ten grondslag gelegd dat te voorzien viel dat de vrij van huur komende appartementen met winst zouden kunnen worden verkocht. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof het oordeel dat de behaalde voordelen voorzienbaar waren, onvoldoende gemotiveerd. Tevens heeft het Hof nagelaten te vermelden welke werkzaamheden ten behoeve van de splitsing in appartementsrechten zijn verricht en waarom deze normaal actief vermogensbeheer te boven gaan. Ook in dit opzicht is de uitspraak onvoldoende gemotiveerd. Tenslotte heeft het Hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang met betrekking tot de door de ingeschakelde notaris en makelaar verrichtte activiteiten. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen. Conform A-G Niessen.

Metadata

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
1999 - 2001
Instantie
HR
Datum instantie
9 oktober 2009
Rolnummer
43.035
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BI0481
bwbr0011353&artikel=3.90,bwbr0011353&artikel=3.91&lid=1,bwbr0011353&artikel=4.17a&lid=1

Naar de bovenkant van de pagina