Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving(1)
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(85)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(6)
  • Recent(15)
Verwijzingszaak HR 18 december 2020, 20/00199, ECLI:NL:HR:2020:207.

X (bv; belanghebbende) is in 2015 ontstaan uit een juridische splitsing van A (bv). X is de persoonlijke houdster-bv van een van de twee aandeelhouders van A (hierna: de zus). De tweede bv die bij die splitsing ontstond, is de persoonlijke houdster-bv van haar broer. Vóór de splitsing bezaten de zus en de broer elk 50% van de aandelen in A, waarvan zij beiden ook bestuurder waren. X verkreeg alle aandelen in de onroerendezaakrechtspersoon B.

Na verwijzing is in geschil of is voldaan aan de voorwaarden voor de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting. Met name is in geschil of de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing zoals bedoeld in artikel 5c, lid 1, Uitv.besl. BRV.

X heeft aangevoerd dat de splitsing de meest aangewezen route was om het zakelijke einddoel – ontvlechting van de conflictueuze betrekkingen tussen de broer en de zus – te bereiken.

Als uitgangspunt geldt dat indien voor de uitvoering van een zakelijk einddoel meerdere uitwisselbare routes bestaan, door X mag worden gekozen voor de fiscaal meest gunstige weg.

Verwijzingshof Den Bosch oordeelt dat de in het onderhavige geval gekozen splitsing een logische route is om het zakelijke (ontvlechtings)einddoel te bereiken. Dat betekent dat de splitsing, als logische mogelijkheid voor het bereiken van dat doel, deelt in de zakelijkheid van dat einddoel. Dat de splitsing zou kunnen leiden tot belastingbesparing, betekent niet dat de splitsing een antifiscale omweg of kunstgreep is, omdat het door de Inspecteur geschetste alternatief niet méér voor de hand had gelegen vanuit niet-fiscaal oogpunt. Aan de fiscale overwegingen kan voor de onderhavige kwalificatievraag geen doorslaggevende betekenis worden toegekend, gezien (i) de zakelijkheid van het einddoel en (ii) de niet-fiscale logica van de splitsing als route naar dat einddoel. Een andersluidende weging zou de hiervoor genoemde keuzevrijheid illusoir maken.

Het verwijzingshof oordeelt dat de hoofdregel van vrijstelling wegens splitsing van toepassing is. De naheffingsaanslag wordt vernietigd.

Rubriek(en)
Belastingen van rechtsverkeer
Belastingtijdvak
2015
Instantie
Hof Den Bosch
Datum instantie
4 mei 2022
Rolnummer
20/00795
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:1477
NLF-nummer
NLF 2022/1093
Aflevering
9 juni 2022
bwbr0002740&artikel=15&lid=1,bwbr0002740&artikel=15&lid=1,bwbr0002770&artikel=5c,bwbr0002770&artikel=5c

X