Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(11)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur(4)
  • Recent(6)

A is dga van Y (bv). Voorts was hij met zijn fiscale partner (hierna: erflaatster) aandeelhouder van Z. De aandelen van erflaatster zijn nog onverdeeld.

In oktober 2018 hebben A, de erven, Y, Z en de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst (vso) gesloten over onder meer de hoogte van de rekening-courantverhouding tussen A en Y.

De Inspecteur heeft op 1 februari 2019 aan de adviseur van Y meegedeeld dat de Belastingdienst van mening is dat A en Y de vso niet zijn nagekomen. Tevens is meegedeeld dat een navorderingsaanslag IB 2014 zal worden opgelegd. Op 22 februari 2019 is verzocht de gehele correctie bij erflaatster te verwerken. Met dagtekening 13 april 2019 is een navorderingsaanslag IB/PVV 2014 opgelegd aan de erven waarbij een uitdeling in aanmerking is genomen.

Bij Rechtbank Gelderland is in de eerste plaats in geschil of de erven, A en Y de vso zijn nagekomen. Dat is volgens de Rechtbank niet het geval omdat op 1 december 2018 geen overzichten van de gestelde zekerheden voor de schuld in rekening-courant en de reeds bestaande leningen zijn overgelegd en de rekening-courantschuld ultimo 2018 niet is afgelost tot ten hoogste € 4.000.000. Het standpunt van de erven dat ook bij het niet nakomen van de vso pas vanaf 2018 uitdelingen in aanmerking mogen worden genomen, volgt de Rechtbank niet. Dit is alleen het geval als er onvoldoende zekerheden zijn gesteld. In dit geval is echter (ook) niet voldaan aan de aflossingsverplichting. De Inspecteur mocht op grond van de vso de toenames van de rekening-courantschuld vanaf 2014 alsnog belasten.

De Rechtbank oordeelt dat de toenames van de rekening-courantschuld het vermogen van Y definitief hebben verlaten. Dit wordt niet anders doordat in 2019 per saldo is afgelost. De Inspecteur heeft terecht de toename van het rekening-courantsaldo in 2014 als uitdeling aangemerkt. In overeenstemming met de gemaakte keuze is het gehele bedrag van € 520.861 bij erflaatster in aanmerking genomen.

Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
13 december 2021
Rolnummer
20/2077
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:6660
bwbr0011353&artikel=4.1

X