Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(62)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(1)
  • Recent(2)

X (belanghebbende) is eigenaar en gebruiker van een woonboot, die is gelegen boven grond die eigendom is van de gemeente Leeuwarden. Aan X is voor het belastingjaar 2018 een aanslag precariobelasting opgelegd van € 819,72.


X betoogt dat de aanslag ten onrechte is opgelegd omdat de Heffingsambtenaar het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. Hij voert aan dat de gemeente begunstigend beleid voert door ter zake van een ondergrondse parkeergarage geen precariobelasting te heffen, terwijl de parkeergarage onder gemeentegrond is gelegen zoals bedoeld in de Verordening.


Hof Arnhem-Leeuwarden geeft X geen gelijk. Het in artikel 2 van de Verordening omschreven belastbare feit ziet niet op de parkeergarage, nu de gemeente aan Y (bv) een appartementsrecht heeft geleverd ter zake van de parkeergarage. Voor de parkeergarage is geen precariobelasting geheven omdat de bevoegdheid daartoe ontbreekt, en niet vanwege begunstiging. Het hoger beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2018
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
2 november 2021
Rolnummer
20/00695
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:10286
NLF-nummer
NLF 2021/2201
Aflevering
18 november 2021
bwbr0005416&artikel=228

X