Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(29)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(2)
  • Recent(8)
  • Softlaw(6)

De vennootschap Zipvit verkoopt vitaminen en mineralen via postorder. Zij heeft tussen 1 januari 2006 en 31 maart 2010 gebruikgemaakt van de diensten van Royal Mail (openbare postdienst). Zowel Royal Mail als Zipvit gingen er – te goeder trouw – per vergissing van uit dat de prestatie was vrijgesteld van btw.

Nadat de vergissing is vastgesteld, beslist de belastingdienst – vermoedelijk onder meer ook om redenen van administratieve vereenvoudiging – om ‘af te zien’ van een navordering bij de dienstverrichter, omdat een groot aantal afnemers van de dienst recht op aftrek zou hebben. Uit fiscaal oogpunt zou dit slechts leiden tot een ‘nulsomspel’ met een zware administratieve last voor alle betrokken partijen. Nadat aan de zijde van de dienstverrichter verjaring is ingetreden, maakt de afnemer van de dienst (in casu Zipvit) aanspraak op aftrek van voorbelasting. Aangezien echter een factuur met afzonderlijke vermelding van de btw ontbreekt, weigert de belastingdienst de aftrek van voorbelasting.

De onderhavige procedure is een proefprocedure ten aanzien van de door Royal Mail verrichte diensten waarbij dezelfde vergissing is begaan. De verwijzende rechter heeft het HvJ in deze zaak om een prejudiciële beslissing verzocht.

Het HvJ antwoordt op de vragen dat artikel 168, onder a, Btw-richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat in omstandigheden als die van het hoofdgeding de btw niet kan worden geacht verschuldigd of voldaan te zijn in de zin van deze bepaling en dus door de belastingplichtige aftrekbaar te zijn.

Nagenoeg Conform conclusie A-G Kokott, ECLI:EU:C:2021:558.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
1 januari 2006 t/m 31 maart 2010
Instantie
HvJ
Datum instantie
13 januari 2022
Rolnummer
C‑156/20
ECLI
ECLI:EU:C:2022:2
celex32006l0112&artikel=168

X