Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

Namens X (belanghebbende) is op 26 april 2017 een pro-formabezwaarschrift bij de Inspecteur ingediend, gericht tegen een met dagtekening 24 februari 2017 opgelegde aanslag IB/PVV 2015 en een boetebeschikking. In het pro-formabezwaarschrift is verzocht op het bezwaar te worden gehoord. Bij brief van 22 mei 2017 heeft de Inspecteur medegedeeld dat hij voornemens was het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk te verklaren, maar dat hij X nog de gelegenheid bood het bezwaar mondeling toe te lichten, met het verzoek daarvoor uiterlijk 12 juni 2017 een afspraak te maken. Nadien heeft de Inspecteur deze termijn verlengd tot 29 juni 2017.

In een e-mailbericht van 13 juni 2017 heeft de gemachtigde van X een toelichting op het bezwaarschrift gegeven. Daarbij is hij niet meer teruggekomen op het verzoek om op het bezwaar te worden gehoord.

Bij uitspraak op bezwaar van 15 juni 2017 is het bezwaar wegens overschrijding van de daarvoor geldende termijn niet-ontvankelijk verklaard.

Bij Rechtbank Den Haag en Hof Den Haag was in geschil of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, en of de Inspecteur een hoorzitting achterwege mocht laten.

Het Hof heeft met de Rechtbank geoordeeld dat de Inspecteur het bezwaar ten onrechte heeft aangemerkt als kennelijk niet-ontvankelijk als bedoeld in artikel 7:3, aanhef en onderdeel a, Awb, maar dat hij uit de mail van 13 juni 2017 mocht afleiden dat van het hoorgesprek kon worden afgezien. Tegen dit oordeel heeft X cassatieberoep ingesteld en de Hoge Raad verklaart dit gegrond.

Uit de omstandigheid dat in het e-mailbericht van 13 juni 2017 niet is teruggekomen op het eerder gedane verzoek te worden gehoord, mocht de Inspecteur niet zonder meer afleiden dat X afstand had gedaan van zijn recht te worden gehoord (vgl. HR 15 mei 2009, 08/00437, ECLI:NL:HR:2009:BI3751). Het oordeel dat de Inspecteur kon afzien van het horen, is daarom onjuist. De Inspecteur dient alsnog toepassing te geven aan de hoorplicht (artikel 7:2 Awb).

Dat de Hoge Raad belang hecht aan het horen in de bezwaarfase, mag inmiddels duidelijk zijn. Uitgangspunt is dat de belanghebbende die daarom verzoekt, gehoord moet worden op de voet van artikel 7:2 Awb. Artikel 7:3 Awb geeft een aantal uitzonderingen op die regel. Dit artikel bepaalt de gevallen waarin van het horen kan worden afgezien. Aanvankelijk heeft de Inspecteur een beroep gedaan op onderdeel a van dit artikel, dat bepaalt dat van horen kan worden afgezien omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Die uitzondering sneuvelde echter met het oordeel van de Rechtbank, bevestigd door het Hof, dat het bezwaar niet kennelijk niet-ontvankelijk is.

De Rechtbank en het Hof meenden evenwel dat van het horen toch kon worden afgezien op grond van onderdeel d van het artikel. Volgens dat onderdeel kan van het horen worden afgezien als de belanghebbende niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord. De belanghebbende in deze zaak heeft echter meteen, in het pro-formabezwaarschrift, verklaard gehoord te willen worden en is daar naderhand niet op teruggekomen. Dat de Hoge Raad dit oordeel casseert, is dan ook niet verrassend. Het had mijns inziens meer voor de hand gelegen om te onderzoeken of onderdeel c van toepassing is, dat bepaalt dat van het horen kan worden afgezien als de belanghebbende heeft verklaard dat hij geen gebruik wil maken van het recht gehoord te worden. Maar goed, uit het zwijgen over het gehoord worden in een latere motivering, kan en mag niet afgeleid worden dat de belanghebbende er alsnog expliciet van afziet, want dat expliciete karakter lijkt me wel een vereiste. Kortom, horen was onvermijdelijk (geworden).

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2015
Instantie
HR
Datum instantie
18 januari 2019
Rolnummer
18/01558
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:59
Auteur(s)
Jits Berns
FT-advocaten
NLF-nummer
NLF 2019/0184
Aflevering
24 januari 2019
Judoreg
NFB2147
bwbr0005537&artikel=7:2,bwbr0005537&artikel=7:2,bwbr0005537&artikel=7:3,bwbr0005537&artikel=7:3

Naar de bovenkant van de pagina