Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

In de aanloop naar de publicatie op 5 december van de EU-lijst van fiscaal niet-coöperatieve jurisdicties verscheen een aantal Fransen op het toneel die Nederland de mantel uitveegden. In deze opinie plaatst Fred van Horzen wat kritische kanttekeningen bij hetgeen de Fransen betogen.

In de aanloop naar 5 december zijn het zware tijden voor sommige Nederlanders. Aan de discussies rond Zwarte Piet is nu ook nog toegevoegd de discussie rond de zwarte lijst van de EU. Waar enerzijds wordt betoogd dat Zwarte Piet Nederland uit moet, wordt anderzijds betoogd dat Nederland op de zwarte lijst moet komen, de lijst van fiscaal niet-coöperatieve jurisdicties die – kan het nog mooier? – op 5 december door de EU wordt gepubliceerd. Op zich is het merkwaardig dat vandaag de dag de kleur zwart wordt gehanteerd in het kader van het labelen van niet-coöperatieve jurisdicties. Het zou wat flauw zijn om te bepleiten dat de EU-lijst als roetveeglijst aangeduid moet worden, maar dat neemt niet weg dat de benaming zwarte lijst in het huidige tijdsgewricht ontegenzeggelijk een racistische uitstraling heeft. Dat Nederland op deze lijst moet komen, werd op 30 november jl. in het AD verdedigd door de Franse econoom Gabriel Zucman. Van de hand van Zucman verscheen ruim twee jaar geleden het boek ‘The Hidden Wealth of Nations: The Scourge of Tax Havens’. Meer informatie over die studie kan worden gevonden op de website gabriel-zucman.eu. Ook een andere Fransman, eurocommissaris Moscovici, richtte op 30 november zijn pijlen op Nederland. Nederland werd verweten dat het ATAD2 niet eerder invoert dan de in de richtlijn vastgestelde uiterste implementatiedatum van 1 januari 2020.

Over Fransen in het algemeen

Het feit dat juist vanuit Franse hoek kritiek wordt geleverd op Nederlands gedrag, meer in het bijzonder op de Nederlandse fiscaliteit, zou vanuit Nederlands nationalistisch perspectief kunnen worden gepareerd met wat stekelige opmerkingen over de stinkende sporen die Fransen in de loop van de geschiedenis her en der in de wereld hebben achtergelaten. Men zou bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar de opmerkingen die het Tweede Kamerlid Verbrugh (GPV) in november 1978 over Napoleon maakte tijdens het debat over het oorlogsverleden van de heer Aantjes. Napoleon was een dictator, volgens Verbrugh. Geen Hitler, maar misschien wel een Mussolini, schuldig aan meer doden dan de Spaanse dictator Franco.1 Doden die ook in Nederland vielen te betreuren. Zo richtten Franse troepen op 24 november 1813 een bloedbad aan in Woerden.2 Op de Franse koloniale geschiedenis in Zuidoost-Azië, Afrika en het Midden-Oosten (Libanon, Syrië) valt ook het nodige aan te merken, om nog maar te zwijgen over het Franse Vichy-regime tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook mag de bomaanslag in 1985 van de Franse geheime dienst op een schip van Greenpeace, de Rainbow Warrior, waarbij een Nederlander om het leven kwam, niet worden vergeten. En tegen de achtergrond van de #MeToo ontwikkelingen zou er op kunnen worden gewezen dat ongewenst grensoverschrijdend seksueel gedrag tot het Franse culturele erfgoed behoort. Maar dit soort argumenten hoort uiteraard buiten een zakelijke discussie te blijven over de rol van Nederland bij internationale belastingontwijking.

Het betoog van Zucman

Zucman wijst op de hoofdrol die Nederland speelt bij de belastingontwijking door Amerikaanse multinationals. Op zich geen wereldschokkende bevinding. Hij merkt op: ‘Als Apple wereldwijd €100 miljard winst maakt en 10% van zijn verkopen in Duitsland realiseert, dan moet Duitsland 10% van die mondiale winst kunnen belasten.’ Vervolgens zegt hij dat de cijfers laten zien dat Nederland het eerste land ter wereld is voor ‘fictieve domiciliëring van winsten’ van Amerikaanse multinationals. Als zodanig helpt, volgens Zucman, de Nederlandse wetgeving veel landen te beroven van fiscale inkomsten die normaal aan hen zouden toekomen. Hier ontspoort de Franse econoom enigszins. Immers, de Duitse verkopen dragen weliswaar bij aan de winst van het concern, maar die verkopen worden ook mogelijk gemaakt door de door het concern ontwikkelde technologie. Die functie moet ook met een arm’s length-vergoeding worden beloond, niet alleen de verkoopfunctie. Dat dit niet alleen een economische maar ook een fiscale vuistregel is, vloeit niet voort uit de Nederlandse wetgeving maar uit de OECD-transferpricingrichtlijnen. Je kunt Nederland de brievenbuspolitiek uit het verleden verwijten, maar die politiek is niet de ware oorzaak van de veronderstelde erosie van de Duitse heffingsgrondslag. Hooguit heeft het Nederlandse beleid gefaciliteerd dat die ‘erosie’ via Nederland plaatsvond, zodat Nederland aan die erosie verdiende. Ook zonder het bestaan van Nederland zou de technologie waar de Duitse groepsvennootschap van profiteert op arm’s length-basis moeten worden vergoed. De invoering van ATAD2 zal de druk op de omvang van de Duitse heffingsgrondslag niet wegnemen, al helemaal niet wanneer Trump erin slaagt zijn belastinghervorming er door te drukken. Van Nederlandse fiscale roof is in ieder geval geen sprake, anders dan Zucman de lezers van het AD wil laten geloven.

De oplossing van Zucman

Zucman heeft ook een visie over de wijze waarop belastingparadijzen moeten worden ontmanteld:

  1. Er moet een wereldwijd register komen van financiële belangen, in combinatie met automatische informatie-uitwisseling tussen banken in belastingparadijzen en buitenlandse belastingautoriteiten.
  2. Weigerachtige landen moeten worden gedwongen tot medewerking met sancties (bijvoorbeeld handelstarieven) ter waarde van de schade die ze andere landen toebrengen.
  3. Belasting berekenen op basis van de wereldwijde geconsolideerde winst en niet op basis van land-tot-landrapportage (waaraan Europa nu werkt), want, zo stelt Zucman, die wordt routinematig gemanipuleerd door een leger van accountants.

Op deze drie stappen heb ik het volgende commentaar:

  1. Een goed plan, maar daar wordt al lang aan gewerkt.
  2. Bij een Fransman die voor handelstarieven pleit als sanctie, dwalen mijn gedachten af naar het onder Napoleon ingevoerde zogenoemde continentaal stelsel. Doel van dat stelsel was het onmogelijk maken van de handel tussen Groot-Brittannië en continentaal Europa om op die manier de Britse economie te ontwrichten. Dit leidde tot Britse tegenmaatregelen. Deze handelsblokkades hadden een desastreus effect op diverse economieën. Slachtoffer waren met name de economieën van continentaal Europa. Handelaren uit continentaal Europa, waaronder Nederlandse handelaren, probeerden de Britse handelsbelemmeringen te omzeilen door goederen te laten vervoeren door neutrale Amerikaanse schepen, via Amerikaanse havens. Een vroeg voorbeeld van wat we in het BEPS-tijdperk als ‘inappropriate use’ van handelspartners zouden kunnen aanduiden. De Amerikaanse rol bij het ontgaan van Britse handelsmaatregelen leidde in 1812 tot een uitwisseling van vijandelijkheden tussen Groot-Brittannië en Amerika, waarbij Groot-Brittannië Washington korte tijd bezette en het Witte Huis door Britse troepen in brand werd gestoken. Napoleon trachtte de door Frankrijk geleden schade als gevolg van de handelsbeperkingen op bondgenoten en vazallen te verhalen. Het continentaal stelsel had ook een desastreuze impact op de Russische economie. Russische onvrede hierover lag mede ten gronde aan de Russisch-Franse oorlog, die leidde tot de desastreus verlopen veldtocht van Napoleon naar Moskou.3 Zucman’s plan om handelssancties in te voeren is derhalve een ondoordacht en fout plan, met name gelet op het feit dat de leiders met korte lontjes dezer dagen weer prevaleren.
  3. Dit idee is niet nieuw. Denk op Europees niveau aan de CCCTB. Het is een illusie dat op wereldwijde schaal heffing van multinationals op geconsolideerde basis (unitary taxation) zal kunnen worden ingevoerd. Zelfs als we voor de discussie veronderstellen dat dit ideaal kan worden gerealiseerd, dan is vervolgens de vraag hoe de winst aan de jurisdicties moet worden toegerekend. Op basis van verschillende factoren (formulary apportionment) of op basis van bedrijfseconomische factoren. Dit laatste is in de jaren ’30 van de vorige eeuw bepleit door de Nederlander Van Saarloos, die als Belastinginspecteur werkzaam was in Nederlands-Indië.4 Wanneer onder de formulary apportionment rekening zou worden gehouden met IP, of met de ‘brains’ van een multinational dan is het maar helemaal de vraag of bijvoorbeeld de omvang van de Duitse heffingsgrondslag in het door Zucman gegeven voorbeeld toe zou nemen ten opzichte van het huidige niveau. Dat geldt ook indien de ‘Van Saarloos-methode’ zou worden losgelaten op dat voorbeeld. Ook dit plan van Zucman getuigt derhalve van weinig inzicht.
Moscovici

Dat brengt mij bij de opmerking van Moscovici dat het onaanvaardbaar is dat Nederland met de implementatie van de ATAD2-richtlijn wacht tot 1 januari 2020. Er is geen enkele verplichting om een richtlijn eerder in te voeren dan de afgesproken uiterste datum. Eerder mag, maar dat is een soevereine beslissing van een soevereine lidstaat, op basis van de parlementaire en democratische regels die in die staat gelden. Moscovici heeft duidelijk zijn bevoegdheden overschreden omdat hij zich met de Nederlandse binnenlandse politiek bemoeit. Er ligt derhalve een schone taak voor minister van Financiën Hoekstra, zijn staatssecretaris Snel en minister van Buitenlandse Zaken Zijlstra om deze kleine Moscovitische nepveldheer even tot de orde te roepen wegens grensoverschrijdende bemoeienis in interne Nederlandse staatszaken. Zij zouden Moscovici moeten vragen zijn excuses aan te bieden. En subtiel moeten melden dat hem bij het uitblijven daarvan de zak van Sinterklaas wacht, die vervolgens in een lege brievenbus zal worden gepropt.

Rubriek(en)
Europees belastingrecht
Auteur(s)
Fred van Horzen
Meijburg & Co
NLF-nummer
NLF Opinie 2017/26
Judoreg
NFB1233
Publicatiedatum
7 december 2017

X