Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden heeft de Inspecteur met de overgelegde renseignementen van de gemeente en het UWV zowel de omvang van de door X (belanghebbende) in 2017 genoten inkomsten als de omvang van de op deze inkomsten ingehouden loonheffing aannemelijk gemaakt. Hetgeen X hier tegenover heeft gesteld is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen, nu hij geen bescheiden, bijvoorbeeld bankafschriften of loonstrookjes, heeft overgelegd die het tegendeel aannemelijk maken.

De gegevens van X zijn opgenomen in de Fraude Signalerings Voorziening (FSV). De FSV voldeed niet aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), zodat de door deze regeling beoogde bescherming van de persoonlijke levenssfeer is geschaad. Deze omstandigheid kan echter niet leiden tot een verlaging van een – op zichzelf bezien juist berekende – aanslag (vergelijk HR 10 december 2021, 20/02304, ECLI:NL:HR:2021:1748, NLF 2021/2419, met noot van Perdaems). Het Hof acht verder aannemelijk dat de aangifte van X is uitgeworpen en gecontroleerd vanwege het forse verschil tussen het aangegeven fiscale loon en het gerenseigneerde fiscale loon en niet uit een risicoselectie die (mede) is gebaseerd op de opname van X in de FSV.

De uitspraak van Rechtbank Gelderland wordt bevestigd.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2017
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
6 september 2022
Rolnummer
21/00717
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:7637
NLF-nummer
NLF 2022/1849
Aflevering
22 september 2022
bwbr0002320&artikel=63,bwbr0002320&artikel=63

Naar de bovenkant van de pagina