Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) is hoogleraar en zijn echtgenote heeft in verband met zijn beroep voor hem thuiswerkzaamheden verricht, bestaande uit het bijwerken van losbladige boeken, het telefonisch afspraken maken met studenten voor vooral het afleggen van tentamens, het betalen van rekeningen en het behartigen van andere financiële zaken samenhangende met zijn beroep, alsmede (bijkomstig) typewerk. X heeft haar hiervoor in 1975 ƒ 200 per maand betaald.
Hof Amsterdam heeft deze betalingen niet als aftrekbare kosten aangemerkt omdat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat voormelde werkzaamheden door zijn echtgenote zijn verricht op grond van een met hem gesloten overeenkomst, zodat moet worden aangenomen dat de echtgenote die werkzaamheden heeft verricht op grond van de huwelijksverhouding.
De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Voor de aftrekbaarheid van deze uitgaven is niet beslissend of de werkzaamheden zijn verricht op grond van een tussen X en zijn echtgenote gesloten overeenkomst, maar of zij door de echtgenote zijn verricht in het economische verkeer. Het Hof heeft dit niet onderzocht.
De zaak is verwezen.

Metadata

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
1975
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
16 september 1981
Rolnummer
20.684
ECLI
ECLI:NL:HR:1981:AW9807
bwbr0011353&artikel=3.1&lid=2,bwbr0011353&artikel=3.90

Naar de bovenkant van de pagina