Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) heeft het gehele jaar 2014 in het Verenigd Koninkrijk gewoond en gewerkt.

In zijn op 17 december 2019 ingediende aangifte IB/PVV 2014 heeft X opgenomen dat hij (deels) belastingplichtig en (deels) premieplichtig in Nederland is. Verder heeft hij opgenomen dat over zijn loon van € 84.999 een bedrag van € 8.901 aan loonheffing is ingehouden en tevens dat het gehele loon elders is belast.

Met dagtekening 23 januari 2020 is de aanslag IB/PVV 2014 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning en premie-inkomen van nihil.

X heeft op 28 januari 2020 nogmaals een aangifte IB/PVV 2014 ingediend. Deze aangifte is gelijk aan de eerdere aangifte, behalve dat vraag 57 van de aangifte is ingevuld en dat het premie-inkomen € 84.999 is.

Met dagtekening 14 maart 2020 heeft de Inspecteur een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil en een (maximaal) premie-inkomen van € 33.363 en daarbij gelijktijdig een beschikking belastingrente van € 1.165 gegeven. De belastingrente is berekend over de periode van 1 juli 2015 tot en met 14 april 2020.

X betoogt in deze procedure met een beroep op het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel dat de belastingrente ten onrechte in rekening is gebracht. Rechtbank Zeeland-West-Brabant geeft X geen gelijk.

De in rekening gebrachte belastingrente is een gevolg van de onvolledige aangifte van X en is niet te wijten aan een onzorgvuldigheid aan de zijde van de Inspecteur.

Dat over een periode van bijna vijf jaar belastingrente is berekend is voorts het gevolg van het handelen van X zelf. Niet alleen heeft hij zijn aangifte niet volledig ingevuld, ook heeft hij er zelf voor gekozen pas in 2019 aangifte te doen en die aangifte is de aanleiding geweest voor de tweede aangifte in 2020.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
4 januari 2022
Rolnummer
20/8297
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:8

X