Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Aan vrachtwagenchauffeur WR is door de belasting- en douanedienst van het Verenigd Koninkrijk een aanslag in de accijns opgelegd voor goederen die hij op illegale wijze naar het Verenigd Koninkrijk heeft vervoerd. Voor de lading (pallets bier) gold geen schorsing van accijns. In een door WR ingestelde procedure is de aanslag vernietigd.

De Court of Appeal heeft prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ omdat zij twijfelt aan de geldigheid van de uitspraak van de Upper Tribunal. De verwijzende rechter wenst in wezen te vernemen of een vrachtwagenchauffeur zoals WR tot voldoening van de accijns moet worden gehouden, met name op grond van artikel 33, lid 3, Accijnsrichtlijn, indien deze persoon geen belang had in de goederen en niet wist en evenmin reden had om aan te nemen dat op de goederen accijns verschuldigd was.

Volgens A-G Tanchev kan een persoon zoals WR, die goederen vervoert en deze in zijn bezit heeft op het tijdstip dat de onregelmatigheid plaatsvindt, worden aangemerkt als iemand die bij de onregelmatigheid ‘betrokken is geweest’, ook al was het maar op een passieve en onbedoelde wijze.

Rubriek(en)
Accijnzen
Belastingtijdvak
2013
Instantie
A-G HvJ
Datum instantie
21 januari 2021
Rolnummer
C‑279/19
ECLI
ECLI:EU:C:2021:59
Auteur(s)
Eline Polak
Mazars/ raadsheer-plaatsvervanger Hof Arnhem-Leeuwarden
NLF-nummer
NLF 2021/0381
Aflevering
18 februari 2021
Judoreg
NFB4146

X