Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(2)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(2)

X (belanghebbende) drijft een landbouwonderneming in de vorm van een maatschap, samen met haar echtgenoot en zoon. Met ingang van 31 december 2015 is zij uit de maatschap getreden en heeft zij haar aandeel geheel overgedragen aan haar zoon. De overdracht heeft fiscaal ruisend plaatsgevonden. Ter zake van de afname van de oudedagsreserve en de gerealiseerde stille reserves is met de zoon een lijfrenteovereenkomst overeengekomen tegen een eenmalige premie.

De Inspecteur heeft haar een aanslag IB/PVV 2015 opgelegd waarbij rekening is gehouden met een belastbare winst van € 133.269 en een aftrekbare lijfrentepremie van € 119.350.

De Inspecteur heeft de aanslag Zvw voor het jaar 2015 opgelegd naar het maximum bijdrage-inkomen van € 51.976. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van het bijdrage-inkomen uitsluitend rekening gehouden met de lijfrentepremie die ziet op de afname van de oudedagsreserve.

In geschil is het antwoord op de vraag of de aanslag Zvw voor het jaar 2015 tot het juiste bedrag is vastgesteld. Meer specifiek is in geschil of het niet in aanmerking nemen van het deel van de betaalde lijfrentepremie dat niet ziet op de omzetting van de oudedagsreserve bij de vaststelling van het bijdrage-inkomen in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM in samenhang met artikel 1 EP EVRM.

Naar aanleiding van HR 4 februari 2022 (21/01274, ECLI:NL:HR:2022:43, NLF 2022/0411, met noot van Bröker), is X tot de (nadere) conclusie gekomen dat haar standpunt niet houdbaar is en dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. Rechtbank Zeeland-West-Brabant ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen en verklaart het beroep ongegrond. Wel ziet de Rechtbank aanleiding voor toekenning van een vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

Rubriek(en)
Sociale verzekeringen
Belastingtijdvak
2015
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
4 april 2022
Rolnummer
19/1543
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:1671
NLF-nummer
NLF 2022/0814
Aflevering
21 april 2022
bwbr0018450&artikel=1,bwbr0018450&artikel=1

X