Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

De Europese vraatzucht naar een eigen belastingmiddel is verscholen achter technisch jargon. De Europese Commissie verhaalt in haar voorstellen over een handelssysteem, over een correctiemechanisme en over een raamwerk. Zonder dat expliciet over een eigen belasting wordt gesproken, gaat het in de voorstellen uiteindelijk wel steeds (mede) over een eigen belasting voor de Europese Unie. 

Ondanks de harmonisatie van de omzetbelasting – inclusief een gedeeltelijke afdracht daarvan door de lidstaten – en douanerechten/landbouwheffingen is de Europese bevoegdheid tot belastingheffing beperkt te noemen. Zoals bekend, is deze beperkte bevoegdheid geen reden voor terughoudendheid. Integendeel, de geketende Brusselse belastingbeer probeert steevast onder het mom van de interne markt het territorium te verruimen. Actuele thema’s als het klimaatbeleid en belastingontwijking maken de Brusselse belastingbeer zelfs hongeriger als nooit tevoren. 

Natuurlijk is het zaak het nationale belastingbeleid in internationaal verband te beschouwen. En sterker, persoonlijk ben ik eigenlijk wel een voorstander van een Europese belasting om daarmee Europese taken (mede) te financieren, zoals dat ook bij lokale overheden het geval is. Het stuit mij echter tegen de borst dat het overhevelen van belastingbevoegdheden louter in de technische hoek wordt geplaatst. De technische uitwerking is vanzelfsprekend belangrijk, maar bovenal betreft het een primaire discussie over ons democratische fiscale bestel. Dat gesprek wordt evenwel nauwelijks gevoerd. Nederland rommelt zichzelf daardoor een nieuw belastingdomein in.

Het bestaande Europese emissiehandelssysteem (EU Emissions Trading System, EU ETS) wordt uitgebreid naar meer sectoren, maar de Europese Commissie wil daarbij wel een kwart van de hele ETS-taart hebben. Bij de nieuw in te voeren koolstofheffing aan de Europese buitengrens (Carbon Border Adjustment Mechanism, CABM) is zelfs driekwart van de opbrengst voorzien voor de Europese begroting. Dus dan krijg je een op Europese leest geschoeide heffing die weliswaar door lidstaten wordt geïnd, maar waarvan dan weer een serieus deel verplicht naar de Brusselse staatskas vloeit. Een Europese belasting dus.

Ook het akkoord van de OESO/G20 over de aanpak van belastingontwijking mondt uit in een voorstel tot een eigen Europese belasting. Bij het onderdeel dat voorziet in een herverdeling van winsten en heffingsrechten tussen landen (Pijler 1 uit het akkoord) wordt van de winstmarge (winst gedeeld door omzet) boven de 10% een kwart toegerekend aan de lidstaat waar de diensten en producten worden geconsumeerd. Maar nu komt het: van dit aan een lidstaat toegekende deel moet 15% direct naar de Europese begroting, terwijl dat nergens in het oorspronkelijke akkoord staat. Een opmerkelijk standpunt.

De Europese Commissie had eerst nog het voornemen een mogelijk als eigen middel te bestempelen digitaledienstenbelasting uit te werken, nadat enkele landen daar zelf al mee aan de slag waren gegaan. Na het akkoord van de OESO/G20 is dit voorstel voor een ‘digitax’ helemaal van de baan. De Europese Commissie sjouwt het haakje voor een mogelijke eigen belasting vervolgens wel als een voldongen feit mee naar de voorsteluitwerking van Pijler 1. De insteek is duidelijk: vastbijten, en niet meer loslaten. 

De Europese Commissie heeft momenteel in wezen drie voorstellen voor (gedeeltelijk) eigen belastingen op tafel gelegd. En met de ‘plasticbelasting’ is er eigenlijk eerder al iets soortgelijks geïntroduceerd. De heffingen zijn nog gedeeltelijk nationaal en worden door nationale belastingdiensten geïnd, maar dat is slechts een tussenstap. Het vizier is volledig gericht op het linksom of rechtsom realiseren van eigen belastingen. 

Het Nederlandse kabinet duikt weg en neemt een labbekakkerige houding aan. Het vorige kabinet-Rutte III zou de voorstellen nog met ‘de bestaande terughoudendheid’ appreciëren, maar het nieuwe kabinet staat als slaafse ober te kwispelen bij de Europese fiscale vraatzucht. Een serieus debat over het overhevelen van belastingbevoegdheden lijkt mij daarentegen gepast. De brullende Brusselse belastingbeer verdient immers wel tegenwicht.

Rubriek(en)
Europees belastingrecht
Auteur(s)
Michiel Spanjers
Columnist
NLF-nummer
NLF-P 2022/9
Publicatiedatum
15 maart 2022

X