Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(22)
  • Jurisprudentie(292)
  • Commentaar NLFiscaal(8)
  • Literatuur(83)
  • Recent(11)
  • Softlaw(8)

Stichting X (belanghebbende) heeft als doel gelden in te zamelen en daarmee onderzoek financieel te ondersteunen. Dit doet zij onder meer door de organisatie van een jaarlijks golftoernooi, concert, evenementen en een webshop. X houdt als onderdeel van een evenement een veiling en ontvangt donaties en giften.

Naar aanleiding van een verzoek om vooroverleg van 21 maart 2013 heeft de Inspecteur het standpunt ingenomen dat voor het buiten de heffing van omzetbelasting laten van een deel van de opbrengst van een veiling voldaan moet worden aan de voorwaarden van het besluit van 20 december 2012, BLKB 2012/1982M.

In geschil zijn aan X opgelegde naheffingsaanslagen omzetbelasting voor de jaren 2013 tot en met 2016.

X stelt dat zij een goededoelenorganisatie is die de gehele opbrengst van haar activiteiten aanwendt ten behoeve van onderzoek, en dat er geen sprake is van een economische activiteit en dus geen belastingplicht.

Rechtbank Noord-Holland verwerpt deze stelling. Met het organiseren van de veiling treedt X in concurrentie met aanbieders van vergelijkbare goederen en diensten, ook al is haar hoofddoelstelling het genereren van opbrengsten voor onderzoek. Zij draagt de goederen niet uit vrijgevigheid over aan de koper en van een symbolische vergoeding of van een vergoeding die niet in verband staat met het geleverde goed is geen sprake. X verricht economische activiteiten en dient te worden aangemerkt als btw-ondernemer.

De Rechtbank verwerpt het standpunt dat (een deel van) de opbrengst van de veiling is vrijgesteld van omzetbelasting. Ook zijn de vanwege sponsoring ontvangen bedragen terecht in de heffing betrokken. Het beroep is in zoverre ongegrond.

Wel worden de naheffingsaanslagen 2013 tot en met 2015 verminderd omdat een jaarlijkse evenement in die jaren in België plaatsvond en deze prestatie op grond van artikel 6d Wet OB 1968 in België belast is.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2013-2016
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
17 november 2021
Rolnummer
20/401; 20/402; 20/403; 20/404
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:11900
NLF-nummer
NLF 2022/0049
Aflevering
6 januari 2022
bwbr0002629&artikel=7

X