Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(81)
  • Commentaar NLFiscaal(6)
  • Literatuur(5)
  • Recent(12)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)

X (belanghebbende) is tandarts en oefent sinds 1 september 2008 zijn werkzaamheden uit in een pand dat is ontworpen en gebouwd als niet-woning en in gebruik was als gezondheidscentrum. In 2017 heeft X samen met zijn partner het tandartspraktijkdeel alsmede de daaraan grenzende ruimte gekocht. Dit gedeelte is in oktober 2017 geleverd.


Op 9 juni 2020 hebben X en zijn partner het overige gedeelte van het gezondheidscentrum gekocht met de bedoeling dat gedeelte te slopen en er een woning te bouwen (hierna: het overige gedeelte).


X stelt in deze procedure dat het overige gedeelte ten tijde van de verkrijging kan worden aangemerkt als een woning in de zin van artikel 14, lid 2, Wet BRV zodat hierop het 2% tarief van toepassing is.


Rechtbank Gelderland geeft X geen gelijk. Niet in geschil is dat de (gehele) onroerende zaak oorspronkelijk als niet-woning is ontworpen en gebouwd en dat het overige gedeelte vóór de levering in 2020 is afgekoppeld van riolering, gas, water en elektriciteit en feitelijk is afgesplitst van de tandartspraktijk. Evenmin is in geschil dat het overige gedeelte in 2019 een woonbestemming heeft gekregen en dat dit na levering zal worden gesloopt en vervangen door een nieuwe woning. Gelet daarop is het overige gedeelte op het moment van verkrijging naar zijn aard niet bestemd voor bewoning en is het dus geen woning in de zin van voormeld wetsartikel. Voor de subsidiaire stelling van X dat sprake is van een kluspand (vgl. HR 29 november 2019, 18/04593, ECLI:NL:HR:2019:1779, NLF 2019/2703, met noot van Sanders jr.), ziet de Rechtbank geen aanknopingspunten. Ten tijde van de verkrijging is er immers niets in het overige gedeelte dat duidt op een woning.


Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Belastingen van rechtsverkeer
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
11 oktober 2021
Rolnummer
20/5713
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:5396
NLF-nummer
NLF 2021/2094
Aflevering
4 november 2021
bwbr0002740&artikel=14

X