Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(126)
  • Commentaar NLFiscaal(6)
  • Literatuur(7)
  • Recent(9)
  • Soft Law(2)

X (bv; belanghebbende) heeft ter zitting bij Rechtbank Den Haag erkend dat zij telefoons heeft verkocht, dat de telecomproviders daarvoor de vergoeding aan haar betaalde en dat zij hierover omzetbelasting had moeten voldoen.

In geschil is of de Inspecteur de verschuldigde omzetbelasting niet bij X maar bij de providers had moeten naheffen.

De Rechtbank oordeelt dat de door X als vrijgestelde, dan wel verlegde omzet aangegeven bedragen terecht zijn gecorrigeerd en dat de daarover verschuldigde omzetbelasting terecht van haar is nageheven. Dat de providers op de facturen hebben vermeld dat deze bedragen niet belast zijn waardoor X zich er niet bewust van was dat zij omzetbelasting verschuldigd was, maakt dat niet anders. Ook in de situatie van ‘self-billing’ blijft zij zelf verantwoordelijk voor het doen van juiste aangiften.

Het beroep wordt ongegrond verklaard. X heeft wel recht op een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
1 april 2017 t/m 30 september 2018
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum instantie
10 mei 2022
Rolnummer
20/6185; 20/6186; 20/6187; 20/6188
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:5662
NLF-nummer
NLF 2022/1212
Aflevering
23 juni 2022
bwbr0002320&artikel=20,bwbr0002320&artikel=20,bwbr0002629&artikel=12,bwbr0002629&artikel=12

X