Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Rijnvarende X (belanghebbende) heeft hoger beroep ingesteld inzake een opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV 2011.

Lopende het hoger beroep heeft [de bank] X ervan in kennis gesteld dat zijn socialeverzekeringspositie over de periode van 1 januari 2011 tot en met 6 september 2011 naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van X, op de voet van artikel 16 Verordening 883/2004, is geregulariseerd. De daartoe bevoegde autoriteiten in Nederland en Luxemburg hebben daarbij afgesproken dat voor die periode de Luxemburgse socialezekerheidswetgeving wordt toegepast. Bij de behandeling van het verzoek tot regularisatie is [de bank] ten onrechte ervan uitgegaan dat er over 2011 geen fiscale procedure meer liep. De Inspecteur heeft daarop vrijstelling voor de premieheffing verleend voor het gehele jaar 2011 en de navorderingsaanslag verminderd.

Bij Hof Arnhem-Leeuwarden is nog slechts in geschil of sprake is van recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn alsmede de hoogte van de proceskostenvergoeding.

Het Hof verwerpt het standpunt van de Inspecteur dat er reden is voor verlenging van de redelijke termijn. De behandeling van het bezwaar en beroep heeft 29 maanden te lang geduurd. X heeft recht op een vergoeding voor immateriële schade van € 2.500, toe te rekenen aan de Inspecteur.

Het Hof veroordeelt de Inspecteur verder in de proceskosten van X tot een bedrag van € 4.005.

Rubriek(en)
Sociale verzekeringen
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2011
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
21 december 2021
Rolnummer
20/00355
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:11826

X