Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

Een belastingplichtige heeft ter zake van een tweetal belastingaanslagen betalingen verricht die ontoereikend waren om zowel het volledige bedrag van de hoofdsom als de invorderingsrente te voldoen. De Ontvanger heeft een gedeelte van deze betalingen aangemerkt als voldoening van invorderingsrente. De als invorderingsrente aangemerkte bedragen heeft de Ontvanger berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 29 en artikel 30, leden 2 tot en met 4, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
De belastingplichtige stelt in cassatie dat de voornoemde bepalingen van de Uitvoeringsregeling onverbindend zijn. Hij is van mening dat een betaling op een aanslag eerst moet worden toegerekend aan de tot dan toe belopen invorderingsrente, berekend over het gehele bedrag van de aanslag.
De Hoge Raad verwerpt het betoog dat de desbetreffende bepalingen van de Uitvoeringsregeling onverbindend zijn. De Hoge Raad merkt hierbij nog op dat de berekeningswijze die in de Uitvoeringsregeling is voorgeschreven ertoe leidt dat de belastingschuldige in totaal minder invorderingsrente verschuldigd is dan bij een berekening volgens de methode die de onderhavige belastingplichtige voorstaat.
Conform A-G Van Ballegooijen.

Metadata

Belastingtijdvak
2007
Instantie
HR
Datum instantie
18 december 2009
Rolnummer
09/00078
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BJ8511

Naar de bovenkant van de pagina