Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Met dagtekening 23 maart 2017 is aan X (belanghebbende) een aanslag IB/PVV 2014 opgelegd. Bij brief van 23 maart 2018 heeft X de Inspecteur verzocht de aanslag ambtshalve te verminderen.

De Inspecteur heeft die brief aangemerkt als zowel een bezwaarschrift als een verzoek om ambtshalve vermindering op de voet van artikel 9.6 Wet IB 2001. In de procedure inzake de ambtshalve vermindering heeft het Hof beslist (Hof Arnhem-Leeuwarden 17 mei 2022, 21/00383 en 21/00384, ECLI:NL:GHARL:2022:4026).

Bij uitspraak op bezwaar van 10 oktober 2019 heeft de Inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

X klaagt in deze procedure volgens Hof Arnhem-Leeuwarden terecht dat de Inspecteur de brief van 23 maart 2018 (mede) heeft aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de aanslag IB/PVV 2014.

In aanmerking genomen dat de brief van 23 maart 2018 zeer ruim na het verstrijken van de bezwaartermijn is ingediend door een professionele rechtsbijstandverlener en dat geschrift door hem niet als een bezwaarschrift maar als een verzoekschrift om ambtshalve vermindering is bestempeld, had de Inspecteur in dit geval geen enkele reden de brief ook als een bezwaarschrift aan te merken. Daarom heeft hij op de brief ten onrechte uitspraak op bezwaar gedaan.

Het Hof vernietigt de uitspraak op bezwaar. De Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 1.518. Voorts dient hij het door X betaalde griffierecht (beroep en hoger beroep) te vergoeden.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
17 mei 2022
Rolnummer
21/00252
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:4025
NLF-nummer
NLF 2022/1121
Aflevering
9 juni 2022

X