Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

X (belanghebbende) heeft een winkel in het stadshart van Lelystad. Zij heeft beroep ingesteld inzake de aan haar opgelegde aanslag reclamebelasting 2021 van € 400.

De gemeente Lelystad liet de opbrengsten van de reclamebelasting – na aftrek van kosten – in 2018 en 2019 via een subsidieregeling ten gunste komen van de Stichting Ondernemersfonds Lelystad Centrum In 2020 is de reclamebelasting niet geheven vanwege de coronapandemie. In 2021 is de reclamebelasting bij de ondernemers in het stadshart weer geheven. Voor 2021 liet de gemeente Lelystad de opbrengsten – na aftrek van kosten – ten gunste komen van de later opgerichte Stichting Hart van Lelystad. Hart van Lelystad heeft het over 2021 ontvangen bedrag nog niet besteed.

Bij Rechtbank Midden-Nederland bestaat onduidelijkheid over de werkzaamheden van Hart van Lelystad en over de doelen die deze stichting zich stelt. De Heffingsambtenaar heeft volgens de Rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de gemeenteraad in redelijkheid mocht veronderstellen dat de uitbesteding van de opbrengsten van de reclamebelasting aan Hart van Lelystad inderdaad ten gunste zou komen van de ondernemers bij wie de belasting werd geheven. Daarmee ontbreekt een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het heffen van reclamebelasting in een deel van het grondgebied van de gemeente. Het beroep is gegrond. De aanslag wordt vernietigd.

Metadata

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2021
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum instantie
19 augustus 2022
Rolnummer
22/396
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:3326
bwbr0005416&artikel=227

Naar de bovenkant van de pagina