Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) exploiteert een shishalounge. De shishalounge is een gelegenheid waar onder meer waterpijp kan worden gerookt. De Inspecteur heeft X verzocht herkomstbescheiden te verstrekken over de periode van 23 september 2011 (datum oprichting) tot en met 11 maart 2016 voor in haar bedrijf aangetroffen accijnsgoederen (waterpijptabak). X heeft te kennen gegeven de gevraagde gegevens niet te kunnen verstrekken.

De Inspecteur heeft vervolgens bij een informatiebeschikking vastgesteld dat niet aan de informatieverplichting is voldaan. Nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, heeft de Inspecteur een naheffingsaanslag accijns naar een geschat bedrag met vergrijpboete opgelegd. Het tijdvak van de aanslag (periode van 1 september 2012 tot en met 6 september 2016) wijkt af van de in het informatieverzoek en in de informatiebeschikking genoemde periode.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft partijen gevolgd in hun gezamenlijke standpunt dat de bewijslast omgekeerd dient te worden. Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat de verschuldigde accijns die bij uitspraak op bezwaar is vastgesteld op een redelijke schatting berust. Het Hof heeft X er niet in geslaagd geacht het verzwaarde (tegen)bewijs te leveren dat de Inspecteur bij het doen van de uitspraak op bezwaar het aantal kilogrammen waterpijptabak te hoog heeft geschat. Met betrekking tot de vergrijpboete heeft het Hof geoordeeld dat deze passend en geboden is.

X heeft cassatieberoep ingesteld tegen de oordelen van het Hof over de redelijke schatting en de hoogte van de boete. Hoewel de middelen zich niet richten tegen het oordeel van het Hof over de omkering en verzwaring van de bewijslast, gaat de Hoge Raad hierop toch in. In het geval dat procespartijen het erover eens zijn dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard, maar dat gezamenlijke standpunt van procespartijen onjuist is omdat het, gelet op de tussen partijen vaststaande feiten, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, is de belastingrechter verplicht om de normale regels van bewijsrecht toe te passen. In casu is geen plaats voor omkering en verzwaring van de bewijslast op basis van de informatiebeschikking voor zover het gaat om de periode van 12 maart 2016 tot en met 6 september 2016. Partijen, die er kennelijk van uit zijn gegaan dat de bewijslast ook in zoverre is omgekeerd en verzwaard als gevolg van de onherroepelijk geworden informatiebeschikking, hebben zich gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof had partijen niet in die onjuiste rechtsopvatting mogen volgen.

De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven voor zover het gaat om accijns ter zake van het voorhanden hebben van waterpijptabak die geen verband houdt met aankopen waarvoor de Inspecteur aankoopfacturen heeft opgevraagd die tot en met 11 maart 2016 aan X zijn uitgereikt. De zaak is op dit punt verwezen naar Hof Den Bosch. Verder zal het verwijzingshof opnieuw moeten beoordelen in hoeverre de aan X opgelegde boete passend en geboden is.

Conform Conclusie A-G Ettema (NLF 2022/0413, met noot van Polak).

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Accijnzen
Belastingtijdvak
1 september 2012 t/m 6 september 2016
Instantie
HR
Datum instantie
9 september 2022
Rolnummer
20/03529
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1150
Auteur(s)
Angelique Perdaems
Hertoghs advocaten

NLF-nummer
NLF 2022/1814
Judoreg
NFB5232
bwbr0002320&artikel=27e,bwbr0002320&artikel=27e,bwbr0002320&artikel=52,bwbr0002320&artikel=52

Naar de bovenkant van de pagina