Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(6)
  • Jurisprudentie(114)
  • Commentaar NLFiscaal(8)
  • Literatuur(11)
  • Recent(11)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)
X (belanghebbende) is opgericht in 2008 en houdt zich bezig met het ontwikkelen van software gericht op de olie- en gasindustrie. Eind 2012 zijn met enkele werknemers afspraken gemaakt om te participeren in X en deel uit te maken van het managementteam. Deelname zou plaatsvinden via een op te richten vennootschap (Y), in het kapitaal van de op te richten vennootschap (Z), die na de oprichting in ruil voor eigen aandelen, de aandelen in X zou verkrijgen.
Voorafgaand aan de aandelenuitgifte is met de Belastingdienst afstemming verzocht over de waarde van de aandelen Z wat geresulteerd heeft in een vaststellingsovereenkomst (vso) waarin de waarde is bepaald op € 1.626.835.
De Inspecteur meent dat hij niet aan de vso is gebonden vanwege een onvolledige en onjuiste informatievoorziening. Gezien een enorme afwijking tussen de afgesproken waarde in de vso en de werkelijke waarde van de aandelen, wist X volgens de Inspecteur dat de aandelen voor een te lage prijs aan de werknemers zijn verstrekt. Dit heeft ertoe geleid dat over het tijdvak augustus 2013 aan X een naheffingsaanslag loonheffingen is opgelegd van na bezwaar € 5.814.850 en een vergrijpboete van € 1.409.980. X heeft beroep ingesteld.
Aan drie werknemers zijn navorderingsaanslagen IB/PVV met vergrijpboetes opgelegd.
Naar het oordeel van Rechtbank Noord-Holland is in het onderhavige geval niet gebleken van een volledige onderlinge afstemming over de aanslagen IB/PVV en LB en over het tijdstip van opleggen daarvan tussen de betrokken eenheden van de Belastingdienst. Van een gecoördineerde actie is geenszins sprake.
Op zichzelf bezien is de vso niet zozeer in strijd met de geldende wettelijke regelingen dat niet mocht worden gerekend op nakoming daarvan. Partijen waren in beginsel aan de vso gebonden. Gelet op de inhoud van de vso mocht X ten tijde van de aangifte en de afdracht van loonheffingen ervan uitgaan dat ter zake van de werknemersparticipaties geen sprake was van loon. De Inspecteur heeft evenwel gedwaald bij het afsluiten van de vso. De vso is daarom vernietigbaar en de Inspecteur is daaraan niet gebonden.
De Inspecteur heeft het genietingstijdstip ten aanzien van de toekenning van de aandelen aan de werknemers juist vastgesteld op 21 augustus 2013. Geen van beide partijen heeft de waarde van de aandelen per die datum aannemelijk gemaakt. De Rechtbank bepaalt de waarde van de aandelen van de werknemers in goede justitie op € 39.117.030. De op 10 april 2014 gerealiseerde koopprijs dient hierbij als uitgangspunt (vgl. het Chinese vaas-arrest HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:31). De naheffingsaanslag wordt verminderd tot een bedrag van € 1.637.571.
Het feit dat (achteraf) is geoordeeld dat de vso vernietigbaar is wegens dwaling en de Inspecteur er niet aan is gebonden, brengt de Rechtbank niet tot het aannemen van (voorwaardelijk) opzet inzake de loonheffing. De vergrijpboete wordt vernietigd.
Rubriek(en)
Loonbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
augustus 2013
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
23 december 2021
Rolnummer
17/3466
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:11943
bwbr0002471&artikel=10,bwbr0002471&artikel=13,bwbr0002471&artikel=13a

X