Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

Op 11 oktober 2017 heeft CC (Oostenrijks staatsburger) bij de Pensionsversicherungsanstalt (pensioendienst, Oostenrijk), een ouderdomspensioen aangevraagd. Bij besluit van 29 december 2017 heeft deze laatste haar een ouderdomspensioen toegekend van € 1.079,15 per maand met ingang van 1 november 2017. Dit bedrag is berekend op basis van 366 maanden van verzekering in Oostenrijk, waaronder de in Oostenrijk vervulde kinderopvoedingstijdvakken, die zijn gelijkgesteld met verzekeringstijdvakken.

CC heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij het Arbeits- und Sozialgericht Wien (rechter voor arbeids- en socialezekerheidszaken Wenen, Oostenrijk). Zij stelt dat zij vóór de tijdvakken van kinderopvoeding die zij tussen 5 december 1987 en 31 december 1991 in België en Hongarije heeft vervuld onder de Oostenrijkse sociale zekerheid viel. Daarom dienen ook deze tijdvakken op grond van artikel 21 VWEU als gelijkgestelde tijdvakken in aanmerking te worden genomen voor de berekening van het bedrag van haar Oostenrijkse ouderdomspensioen. Het Arbeits- und Sozialgericht Wien heeft haar geen gelijk gegeven.

Het Oberste Gerichtshof (hoogste federale rechter in civiele en strafzaken, Oostenrijk) heeft over deze kwestie aan het HvJ prejudiciële vragen gesteld. Volgens het HvJ dient Oostenrijk de in de andere lidstaten vervulde tijdvakken van kinderopvoeding in aanmerking te nemen, omdat de betrokkene anders wordt benadeeld louter omdat zij gebruik heeft gemaakt van haar recht van vrij verkeer, hetgeen in strijd is met artikel 21 VWEU.

Metadata

Rubriek(en)
Pensioen
Belastingtijdvak
2017
Instantie
HvJ
Datum instantie
7 juli 2022
Rolnummer
C‑576/20
ECLI
ECLI:EU:C:2022:525
bwbv0001506&artikel=21

Naar de bovenkant van de pagina