Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(49)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(3)
  • Recent(4)

Voor zijn faillietverklaring oefende X zijn werkzaamheden als projectontwikkelaar uit in Ierland. Hij deed dat via een vennootschap naar Iers recht. In 2002 heeft deze vennootschap voor X een pensioenvoorziening ingesteld. X is in 2011 in London gaan wonen en in 2012 is hij op eigen verzoek aldaar failliet verklaard. De pensioenvoorziening was niet bij de Britse belastingdienst geregistreerd en derhalve - volgens de Britse wet – geen goedgekeurde voorziening waarvan de rechten worden uitgesloten van de failliete boedel. De registratie is dus niet louter een formaliteit maar heeft vergaande consequenties.


De High Court of Justice of England and Wales heeft aan het HvJ de volgende prejudiciële vraag gesteld: Wanneer een onderdaan van een lidstaat zijn rechten uit hoofde van artikel 21 en 49 VWEU heeft uitgeoefend door naar het Verenigd Koninkrijk te verhuizen of zich aldaar te vestigen, is het dan verenigbaar met die bepalingen dat de Britse wet de uitsluiting van de failliete boedel van pensioenrechten in een pensioenvoorziening, met inbegrip van de in een andere lidstaat ingestelde en fiscaal goedgekeurde pensioenvoorzieningen, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de betrokken pensioenvoorziening ten tijde van het faillissement was geregistreerd volgens de Britse wet en dus aldaar fiscaal is goedgekeurd. Volgens het HvJ is de Britse wet op dit punt in strijd met artikel 49 VWEU (vrijheid van vestiging).


 

Rubriek(en)
Pensioen
Belastingtijdvak
2012
Instantie
HvJ
Datum instantie
11 november 2021
Rolnummer
C‑168/20
ECLI
ECLI:EU:C:2021:907
bwbv0001506&artikel=49

X