Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

X (belanghebbende) heeft beroep (ongegrond) en hoger beroep ingesteld inzake de per waardepeildatum 1 januari 2018 vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning. Het betreft een vrijstaande woning (bouwjaar 2008), met een woonoppervlakte van 489 m2, gelegen op een in erfpacht uitgegeven perceel van 2.491 m2 en heeft een opvallende, unieke architectuur.

De Heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning vastgesteld op € 3.541.000 en deze bij uitspraak op bezwaar nader vastgesteld op € 3.160.000.

Hof Den Haag stelt voorop dat, zoals tussen partijen niet in geschil is, de woning een uniek object is. Het is voor partijen lastig om echt geschikte vergelijkingsobjecten te vinden. De Heffingsambtenaar is volgens het Hof evenwel in zijn bewijslast geslaagd.

Gelet op alle omstandigheden, namelijk het unieke karakter van de woning, de lage waardering van de kavel en de uit de matrix van de Heffingsambtenaar blijkende in verhouding voorzichtige waardering van de woonoppervlakte, oordeelt het Hof dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Hetgeen X daar tegenover heeft gesteld, doet hieraan niet af.

Metadata

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2019
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
6 juli 2022
Rolnummer
21/00624
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:1648
NLF-nummer
NLF 2022/1863
Aflevering
22 september 2022
bwbr0007119&artikel=17,bwbr0007119&artikel=17

Naar de bovenkant van de pagina