Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

Cartrans Preda (een Roemeense vennootschap) verricht goederenvervoer over de weg. Zij heeft na een controle door de Roemeense belastingautoriteiten een naheffingsaanslag opgelegd gekregen. Het betreft een aanvullend btw-bedrag voor het vervoer van goederen die bestemd zijn voor invoer naar Roemenië en een bronheffing over door niet-ingezetenen ontvangen inkomsten. Volgens de Roemeense autoriteiten had Cartrans Preda laatstgenoemde heffing moeten inhouden over de vergoedingen die zij had betaald aan een Deense vennootschap waarmee zij een overeenkomst had gesloten inzake de terugvordering van btw en accijnzen in verschillende lidstaten.

De verwijzende rechter heeft in het kader van een geding hierover zes prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.

A-G Pitruzzella heeft de vragen geanalyseerd die betrekking hebben op het tweede element van de naheffingsaanslag.

Volgens de A-G komt een overeenkomst onder bezwarende titel waarvan de kenmerkende prestatie bestaat in de terugvordering van btw en accijnzen bij de belastingautoriteiten van meer dan één lidstaat neer op de verrichting van een ‘dienst’ in de zin van artikel 57 VWEU.

In casu wordt het vrij verrichten van diensten in de zin van artikel 56 VWEU beperkt omdat de verplichting om een bronheffing in te houden een aanvullende administratieve last en de daarmee samenhangende aansprakelijkheidsrisico’s met zich brengt.

Voor zover de vrijheid van dienstverrichting wordt beperkt, kan zij worden gerechtvaardigd door de behoefte om de doelmatige invordering van belastingen te verzekeren en gaat zij niet verder dan ter bereiking van die doelstelling noodzakelijk is.

Artikel 56 VWEU moet voorts aldus worden uitgelegd, dat het zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling uit hoofde waarvan de inkomsten van niet-ingezeten dienstverrichters uit vergoedingen voor verrichte diensten in de regel worden belast zonder mogelijkheid tot aftrek van de rechtstreeks met de betrokken activiteit verbonden bedrijfskosten, terwijl ingezeten dienstverrichters die mogelijkheid wel hebben.

Metadata

Rubriek(en)
Europees belastingrecht
Belastingtijdvak
18 november 2019 t/m 7 februari 2020
Instantie
A-G HvJ
Datum instantie
19 januari 2023
Rolnummer
C-461/21
ECLI
ECLI:EU:C:2023:35
Auteur(s)
Luc Mengelers
Lubbers, Boer & Douma
NLF-nummer
NLF 2023/0313
Aflevering
9 februari 2023
Judoreg
NFB5593
bwbv0001506&artikel=56,bwbv0001506&artikel=56,bwbv0001506&artikel=57,bwbv0001506&artikel=57

Naar de bovenkant van de pagina