Direct naar content gaan

Samenvatting

In deze procedure is in geschil of projectontwikkelaar X (bv; belanghebbende) omzetbelasting verschuldigd is over de verkoop van een woon(zorg)complex. Meer specifiek is in geschil of artikel 37d Wet OB 1968 van toepassing is. Daarnaast is in geschil welk bedrag aan herziening in aanmerking moet worden genomen.

Rechtbank Gelderland acht aannemelijk dat X in het begin twee intenties heeft gehad (aanhouden van het complex ter belegging en ontwikkeling nieuwbouwproject). Voorafgaand aan het moment van de levering was de aard van de economische activiteit van X echter projectontwikkeling voor de verkoop en niet meer de verhuur van onroerende zaken ter belegging. De levering betrof daarom niet een bedrijfsmiddel, maar een onroerende zaak die werd aangehouden als voorraad. Er is niet voldaan aan de voorwaarden voor overgang van een algemeenheid van goederen in de zin van artikel 37d Wet OB 1968. De levering van het complex is daarom belast met omzetbelasting.

Het na te heffen bedrag wegens de herziening is volgens de Rechtbank beperkt tot het bedrag dat wordt berekend door uit te gaan van vrijgesteld gebruik gedurende de periode 19 november 2018 (vrijgestelde ingebruikneming en herziening ineens) tot en met 30 november 2018 (belaste levering en recht op teruggave). De Inspecteur heeft terecht aangevoerd dat de beoordeling van de herziening bij ingebruikneming met een andere bestemming losstaat van de beoordeling of sprake is van de overgang van een algemeenheid van goederen in de zin van artikel 37d Wet OB 1968. De conclusie is dat de naheffingsaanslag tot het juiste bedrag is opgelegd.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
4e kwartaal 2018
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
6 november 2020
Rolnummer
19/3717; 19/6105
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2020:5905
Auteur(s)
Maria van Helden
Deloitte
NLF-nummer
NLF 2021/0199
Aflevering
28 januari 2021
Judoreg
NFB4074
bwbr0002629&artikel=37d,bwbr0002629&artikel=37d

Naar de bovenkant van de pagina