Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op verzoek van X (belanghebbende) heeft de Inspecteur een voorlopige aanslag vpb 2018 opgelegd naar een belastbare winst van € 1.415.000.

Op 19 november 2019 heeft X de aangifte vpb 2018 ingediend naar een belastbare winst van -/- € 191.285. Op grond daarvan is het door X betaalde belastingbedrag aan haar terugbetaald.

Op 16 december 2019 heeft X een herziene aangifte ingediend. De Inspecteur heeft conform de herziene aangifte een voorlopige aanslag opgelegd naar een belastbare winst van € 1.408.715 en daarbij gelijktijdig een beschikking belastingrente gegeven van € 17.108. De belastingrente is berekend over de periode van 1 juli 2019 tot en met 15 februari 2020. Met dagtekening 15 februari 2020 is de aanslag vpb 2018 conform de herziene aangifte opgelegd.

X stelt dat het in haar geval onevenredig bezwaarlijk is als het volledige bedrag aan belastingrente in rekening wordt gebracht. Zij voert in dat kader (onder meer) aan dat bij het indienen van de aangifte het belastbaar bedrag abusievelijk op nihil is vastgesteld en dat dit, mede gelet op de stabiel positieve resultaten van de onderneming in de afgelopen jaren, duidelijk een vergissing betrof.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat niet zonder meer kan worden gezegd dat het een duidelijke vergissing betreft. X beroept zich tevergeefs op het evenredigheidsbeginsel.

Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2018
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
4 januari 2022
Rolnummer
20/7336
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:7

X