Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(427)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur(9)
  • Recent(30)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

X (belanghebbende) is enig aandeelhouder van A (bv). In [jaartal] is X vanuit Nederland geëmigreerd naar Frankrijk. Aan X is met dagtekening 31 december 2004 een conserverende aanslag IB opgelegd naar aanleiding van deze emigratie. Bij beschikking met dagtekening 3 mei 2011 is de conserverende aanslag kwijtgescholden.

Op 27 mei 2014 heeft X de aandelen in A verkocht aan Y (hierna: de koper). De koopsom van € 574.963 is door de koper voldaan door middel van overname van een schuld van X aan A van € 587.463 met bijbetaling van € 12.500 door X aan de koper.

De Inspecteur stelt dat sprake is van een uitdeling aan X omdat uit (onder meer) de verkoop volgt dat X de schuld niet terug zal betalen. In geschil is een in verband hiermee opgelegde navorderingsaanslag waarbij het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang is vastgesteld op € 587.463.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant gaat eerst in op de vraag of sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast omdat niet de vereiste aangifte is gedaan. Dat is volgens de Rechtbank niet het geval.

De Inspecteur maakt niet aannemelijk dat X zijn schuld niet zal aflossen. Daarbij merkt de Rechtbank op dat het gegeven dat X bij de verkoop van de aandelen niet meer de intentie heeft gehad om zelf de rekening-courantschuld af te lossen niet van belang is voor beantwoording van de vraag of het bedrag van de lening het vermogen van A heeft verlaten. Daarbij komt dat niet aannemelijk is gemaakt dat de koper van de vennootschap – die de schuld heeft overgenomen – niet solvabel zou zijn, aangezien de Inspecteur in dat verband geen gegevens heeft overgelegd. Een verarming bij A kan dus ook niet worden aangenomen.

De Rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag omdat de vraag of de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat X een regulier voordeel uit ab heeft genoten, in het kader van de vraag of de vereiste aangifte is gedaan, al ontkennend is beantwoord.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
22 april 2021
Rolnummer
19/1444
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2021:1975
Auteur(s)
Joep Verbaarschot
Deloitte / Universiteit van Amsterdam
NLF-nummer
NLF 2021/1299
Aflevering
1 juli 2021
Judoreg
NFB4419
bwbr0011353&artikel=4.6,bwbr0002320&artikel=27e

X