Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(452)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(7)
  • Recent(24)

X (belanghebbende) is enig aandeelhouder en bestuurder van een financiële houdster- en beheersmaatschappij (hierna: A). A houdt vanaf 5 oktober 2000 alle aandelen in B (bv). Deze vennootschap exploiteert een financieel adviesbureau, stelt arbeidskrachten ter beschikking en adviseert op het gebied van management en bedrijfsvoering. Alle werkzaamheden van A en B worden verricht door X.


In geschil is of de na een boekenonderzoek aan X opgelegde (navorderings)aanslagen IB/PVV 2012-2016 terecht en naar juiste bedragen zijn opgelegd. Tevens zijn vergrijpboetes in geschil.


Rechtbank Den Haag acht aannemelijk dat door X aan zijn vennootschappen bedragen zijn onttrokken. Doordat de uitdelingen niet in zijn aangiften inkomstenbelasting zijn verantwoord heeft X niet de vereiste aangifte gedaan. X voldoet niet aan op hem rustende verzwaarde bewijslast. Uit het rapport van het boekenonderzoek volgt dat de Inspecteur de (navorderings)aanslagen heeft gebaseerd op gegevens uit de administratie van de vennootschappen van X en op gegevens van derden. De correcties berusten aldus op een redelijke schatting. De Rechtbank vermindert de (navorderings)aanslagen waar zij de constateringen uit het boekenonderzoek overstijgen dan wel een dubbeltelling bevatten. De vergrijpboetes zijn terecht opgelegd, maar worden verminderd overeenkomstig de aanslagen en vanwege de duur van de procedure.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2012-2016
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum instantie
5 oktober 2021
Rolnummer
20/142;20/143;20/144;20/146;20/147
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:11209
NLF-nummer
NLF 2021/2086
Aflevering
4 november 2021
bwbr0002320&artikel=27e,bwbr0002320&artikel=67d,bwbr0002320&artikel=67e

X