Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) heeft op 22 juni 2017 de eigendom verkregen van twee percelen grond met daarop een kantoorgebouw met parkeerterrein en overige aanhorigheden. Op dezelfde dag is een splitsingsakte gepasseerd waarbij is overgegaan tot de splitsing van het nog op te richten gebouw op de percelen in appartementsrechten.

In 2017 heeft X het grootste deel van de appartementsrechten tegen vergoeding geleverd aan verschillende kopers. Op het tijdstip van deze leveringen bevond zich op perceel 1 het kantoorgebouw.

In geschil is of het perceel dat naast het kantoorgebouw is gelegen (perceel 2) een bouwterrein is. Het perceel bestaat uit een beklinkerd parkeerterrein, omzoomd met stoepranden en voorzien van zware aanrijdblokken, een in beton verankerde fietsenstalling van hout en metaal met een hekwerk en hier en daar enkele groenstroken.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat perceel 2 is aan te merken als bebouwde grond. De klinkerbestrating met de aanrijdblokken en de in beton verankerde fietsenstalling zijn constructies van niet-natuurlijke materialen die vast met de grond verbonden zijn, zodat het gaat om bouwwerken. Van een bouwterrein is daarom geen sprake. Dan is niet in geschil dat de aan X opgelegde naheffingsaanslag moet worden verminderd.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2015-2017
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
28 juni 2022
Rolnummer
20/5567
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:3252
NLF-nummer
NLF 2022/1406
Aflevering
21 juli 2022
bwbr0002629&artikel=11&lid=1,bwbr0002629&artikel=11&lid=1

Naar de bovenkant van de pagina