Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(79)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(8)

X (belanghebbende) is in augustus 2012 gewond geraakt bij een ongeval. Het bedrijf waarvan een werknemer het ongeval had veroorzaakt, was tegen de gevolgen van het ongeval verzekerd.


Hof Den Bosch heeft het hoger beroep van X over de belastbaarheid van de in 2013 aan hem verstrekte voorschotbetalingen gegrond verklaard en de aanslagen IB/PVV en ZVW en de bijbehorende beschikkingen inzake belastingrente verminderd.


Het Hof heeft verder geoordeeld dat er desondanks geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de Inspecteur aan X het voor het hoger beroep betaalde griffierecht en de voor het hoger beroep gemaakte proceskosten geheel of gedeeltelijk vergoedt. Uit de door de verzekeringsmaatschappij gegeven belastinggarantie blijkt namelijk, aldus het Hof, dat kosten van deze (hoger)beroepsprocedure voor rekening van de verzekeringsmaatschappij zullen komen. Het Hof heeft aannemelijk geacht dat daaronder proceskosten zoals bedoeld in artikel 8:75 Awb alsmede het Besluit proceskosten bestuursrecht en betaalde griffierechten worden begrepen. Daarom heeft X volgens het Hof geen kosten.


In cassatie betoogt X dat het feit dat een derde zich tegenover een procespartij garant heeft gesteld voor het betalen van diens (proces)kosten, niet impliceert dat die procespartij in de relatie tot haar wederpartij de bewuste kosten niet heeft gemaakt.


De Hoge Raad is het met dit betoog eens en verklaart het cassatieberoep gegrond.


Indien een derde beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend en daaraan kosten voor de belanghebbende zijn verbonden, staat aan toekenning van een vergoeding van die kosten op de voet van artikel 8:75 Awb niet in de weg dat de belanghebbende met een derde heeft afgesproken dat die deze kosten voor zijn rekening neemt. Artikel 8:75 Awb bevat namelijk geen eis wat betreft de persoon die deze kosten heeft moeten dragen. Hetzelfde heeft te gelden voor de vergoeding van het betaalde griffierecht op de voet van artikel 8:74 Awb. Het oordeel van het Hof geeft dus blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad doet de zaak zelf af.


 

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2013
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
5 november 2021
Rolnummer
19/05453
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1653
bwbr0005537&artikel=8:74,bwbr0005537&artikel=8:75

X