Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

Deze gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies 21/03143, 21/03144, 21/03147 en 20/03879 betreft het verschil tussen de renteberekening op btw-naheffing of btw-teruggave van/aan gemeenten, en de renteberekening op daarmee corresponderende aanspraken op c.q. terugvordering van bijdragen uit het BTW-compensatiefonds. Drie zaken gaan over de renteberekening op terugvordering van btw-compensaties aan drie gemeenten en de niet-vergoeding van rente op de btw-teruggaven aan (de gemeenschappelijke regeling van) die gemeenten die de aanleiding waren voor die terugvordering. Eén zaak gaat over het verschil tussen de aan een gemeente in rekening gebrachte belastingrente over nageheven omzetbelasting waarvoor een recht op bijdrage uit het BTW-compensatiefonds is ontstaan waarop veel minder rente wordt vergoed dan de rente die aan die gemeente in rekening is gebracht over de naheffingen die het recht op die bijdragen deed ontstaan.

In deze gemeenschappelijke bijlage behandelt A-G Wattel (i) de achtergrond, werking en renteregeling van het BTW-compensatiefonds, (ii) de invorderingsrenteregeling, met name de Irimie-renteregeling van artikel 28c IW 1990 en (iii) de voor drie zaken relevante bepalingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. De in de vier zaken aangevoerde cassatiemiddelen behandelt de A-G in de individuele conclusies.

De A-G heeft ook geconcludeerd in twee zaken met de rolnummers 20/04379 en 21/00170 over belastingrenteberekening bij de heffing van vennootschapsbelasting. Ook bij die zaken gaat een gemene bijlage, waarin de volgende gemeenschappelijke onderwerpen worden behandeld onder de volgende onderdeelnummers:

  1. De wettelijke regelingen in de AWR, de Awb en het BW.
  2. De parlementaire geschiedenis van de belastingrenteregeling in de AWR en die van de verzuimrenteregeling in de Awb.
  3. Het voorgestelde artikel 30ai AWR in het voorstel Fiscale verzamelwet 2023 om tegemoet te komen aan ‘situaties die (zeer) indruisen tegen het rechtvaardigheidsgevoel en ook niet passen bij de verzuimgedachte die aan de regeling ten grondslag ligt’.
  4. Het (ingetrokken) beleid voor ‘jojo-gevallen’ waarin door op en neer gaande voorlopige aanslagen de verschuldigde belasting een deel van de renteberekeningsperiode al bij de fiscus stond.
  5. Commentaren in de literatuur op de belastingrenteregeling.
  6. Rechtspraak over de belastingrenteregeling.
  7. Het eigendomsgrondrecht.
  8. Het discriminatieverbod.
  9.  Het evenredigheidsbeginsel.
  10. Temporele compartimentering van vertrouwen op beleidsregels.

In de zaken 21/03143, 21/03144, 21/03147 geeft de A-G de Hoge Raad in overweging de drie cassatieberoepen van de belanghebbende gemeenten ongegrond te verklaren.

In de zaak 20/03879 geeft de A-G de Hoge Raad eveneens in overweging de drie cassatieberoepen van de belanghebbende gemeenten ongegrond te verklaren.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2015-2016
Instantie
A-G
Datum instantie
29 juni 2022
Rolnummer
21/03143; 21/03144; 21/03147; 20/03879
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:699
Auteur(s)
Eddo Hageman
Deloitte / Erasmus Universiteit Rotterdam
NLF-nummer
NLF 2022/1439
Aflevering
28 juli 2022
Judoreg
NFB5157
bwbr0002320&artikel=30h,bwbr0002320&artikel=30h,bwbr0002320&artikel=30ha,bwbr0002320&artikel=30ha,bwbr0002320&artikel=30hb,bwbr0002320&artikel=30hb

Naar de bovenkant van de pagina