Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Politieke column

De kersverse belastingstaatssecretaris Van Rij positioneert zichzelf in de media als vaandeldrager van de sleetse vlag van het vestigingsklimaat. Daarmee geeft de oud-NOB-voorzitter zijn politieke criticasters het door hen gewenste stuk rode vlees om zich in vast te bijten. Als je dan ook nog in het defensief over belastingparadijzen bazelt, is de toon wel gezet. Met jeukende open deuren – zoals het streven naar goede wetgeving voor gezinnen, mkb, spaarders en pensioengerechtigden – krijg je het publieke beeld niet meer gekanteld. 

Het valt bovendien op dat Van Rij maar zuinigjes rept over zijn allergrootste klus. Althans, zelfs op een Caribisch eiland moet toch ook het bericht zijn doorgedrongen dat de Belastingdienst in de touwen hangt. Het terugbrengen van de rechtsstatelijkheid in de uitvoering vraagt daarom de komende jaren heel veel tijd en energie van de bewindsman. De rest is bijzaak.

De doorgewinterde fiscalist – met nota bene Haagse politieke ervaring – zingt eigenlijk vooral een vervlogen liedje. Mijn verwachting, of misschien eerder hoop, was dat Van Rij vanaf de meet offensief een eigenstandige fiscale markering zou aanbrengen. Andere materiedeskundige kabinetsleden zijn immers ook direct volop in de weer om vanuit hun expertise een eigen beleidsagenda te pluggen. Alles wat niet in het regeerakkoord is vastgelegd, en dat is op belastingterrein best veel, kun je met een beetje lef – bijzaak of niet – naar eigen inzicht invullen. Daarvoor moeten wel vroegtijdig piketpalen worden geslagen. 

Maar goed, de voorzichtige start is ergens ook wel weer voorstelbaar. In het begin is het vooral oppassen voor de spreekwoordelijke lijken in de kast, die er plotsklaps kunnen uitvallen. In 2017 struikelden de nieuwe bewindslieden van het ministerie van Financiën op hun eerste dag bijna over een weggemoffeld echec met de schenk- en erfbelasting. De inning van dat belastingmiddel bleek namelijk al maandenlang nagenoeg stil te liggen, met alle gevolgen van dien. Of deze keer wel rustige wittebroodsweken in het verschiet liggen, valt sterk te betwijfelen.

Het nieuwe kabinet strooit ogenschijnlijk ruimhartig met fiscale pepernoten, zonder dat ik overigens de talrijke lastenverhogingen wil bagatelliseren (lasten zijn de sociale premies en de belastingen tezamen). De belofte van het kabinet-Rutte IV is per saldo een jaarlijkse lastenverlichting van € 1,7 miljard (per 2025). Dat de rekenmeesters van het Centraal Planbureau deze verlaging helemaal niet in de boeken zien staan, is ronduit curieus. De claim van lastenverlaging lijkt mij de eerste gebroken kabinetsbelofte. 

Voor specifiek de middeninkomens staat overigens wel een pot met jaarlijks € 3 miljard gereserveerd. Het is bedoeld om goede sier mee te maken. Van Rij mag voor dat bedrag ‘leuke’ maatregelen verzinnen die in het Belastingplan 2023 zullen prijken. Desondanks zal het nog niet zo makkelijk zijn om de hogere belastingen op tabak, frisdrank, energie, vliegen en auto’s te overstemmen. 

Bovenal is het allemaal een grote schertsvertoning. Forse ingrepen van het vorige kabinet verstoren het belastingfeestje van Van Rij namelijk bij voorbaat. Want een jaarlijks bedrag van maar liefst € 9,5 miljard aan beleidsmaatregelen gaat deze kabinetsperiode pas in, maar is nog van de hand van het kabinet-Rutte III. Het betreft een reeks aan maatregelen, zoals hogere zorg- en werkloosheidspremies, afbouw van aftrekposten, beperking van verliesverrekening en aanscherping van de ‘earningsstripping’. Je hoort er niet zoveel meer over, maar deze miljardenlastenverzwaring komt er wel nog aan.

Inmiddels zal Van Rij de jubelstemming van zijn benoeming te boven zijn en zich realiseren dat hij door de kabinetsonderhandelaars allerminst op pole position is gezet. Een illusoire lastenverlichting én een doodgezwegen zeer forse lastenverhoging kwalificeren toch als listige streken. Het zijn misschien geen lijken in de kast, een lekker begin is het ook niet.

Metadata

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Michiel Spanjers
Columnist
NLF-nummer
NLF-P 2022/1
Publicatiedatum
18 januari 2022

Naar de bovenkant van de pagina