Direct naar content gaan

Samenvatting

In 2007 heeft de Portugese vennootschap HPA Construções (hierna: X) vijfmaal in het kader van een overeenkomst tot aanneming van werk verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd in gebouwen, waarvan, uit het kadaster, blijkt dat de respectieve autonome delen bestemd zijn voor bewoning. Zij heeft hiervoor steeds facturen uitgereikt waarop zij 5% btw heeft toegepast, overeenkomstig nationaal recht.

Op 1 maart 2011 verzocht de Portugese belastingdienst X om te bewijzen dat voldaan is aan de vereisten voor de toepassing van dat verlaagde tarief, met name dat de gebouwen aangewend zijn voor bewoning. X heeft in eerste aanleg afschriften uit het kadaster overlegd. Op 10 mei 2011 heeft de belastingdienst btw-naheffingen over 2007 vastgesteld.

X heeft hiertegen beroep ingesteld, dat werd toegewezen en de naheffingsaanslagen werden nietig verklaard.

De Staat heeft hoger beroep ingesteld omdat de rechter de nationale bepaling onjuist zou hebben uitgelegd en toegepast. In feite voert zij aan dat wanneer de wettelijke bepaling verwijst naar een ‘gebouw voor bewoning’, deze refereert aan een gebouw met een geconcretiseerde aanwending, in casu bewoning, en niet aan een gebouw met bewoning als formele bestemming.

De Supremo Tribunal Administrativo (hoogste bestuursrechter (afdeling belastinggeschillen)) heeft over deze zaak aan het HvJ de volgende prejudiciële vraag gesteld:

Verzet punt 2 van bijlage IV bij de Btw-richtlijn zich tegen een nationaalrechtelijke bepaling op grond waarvan het verlaagde btw-tarief enkel mag worden toegepast op werkzaamheden die in het kader van een overeenkomst tot aanneming van werk met het oog op renovatie en herstel van een gebouw worden verricht in particuliere woningen die bewoond zijn op het tijdstip waarop deze handelingen plaatsvinden?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: HvJ 5 mei 2022, C-218/21 (DSR - Montagem e Manutenção de Ascensores e Escadas Rolantes), ECLI:EU:C:2022:355, NLF 2022/0909, met noot van Spiessens.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2007
Instantie
HvJ
Datum instantie
26 augustus 2022
Rolnummer
C-433/22
NLF-nummer
NLF 2022/2386
Aflevering
8 december 2022
celex32006l0112&artikel=106,celex32006l0112&artikel=106,celex32006l0112&artikel=267,celex32006l0112&artikel=267

Naar de bovenkant van de pagina