Direct naar content gaan

Samenvatting

Aan een BV met als enige werknemer de dga is naar aanleiding van de nihilaangiften LB over 2001 op 12 februari 2003 een brief om inlichtingen verzonden. Daarin is de mogelijkheid van een boete genoemd. In cassatie is de vraag aan de orde of met die brief de redelijke termijn is aangevangen waarbinnen de boete op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) definitief moet worden of dat die termijn pas aanvangt bij het opleggen van de boete op 2 april 2004. Het Hof houdt het op de dag waarop de boete wordt opgelegd. Tegen dit oordeel heeft de BV cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad doet dit echter af met toepassing van artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie. Voorts overweegt de Hoge Raad voor wat betreft de vermindering van de boete bij overschrijding van de redelijke termijn het volgende: In de gevallen waarin de redelijke termijn met niet meer dan 12 maanden is overschreden wordt de boete verminderd: 1) met 5 procent bij een overschrijding van de redelijke termijn met zes maanden of minder; 2) met 10 procent bij een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan zes maanden doch niet meer dan twaalf maanden; een en ander met dien verstande dat: a) de omvang van de vermindering in deze gevallen niet meer bedraagt dan 2500 euro, en b) geen vermindering wordt toegepast indien het gaat om een boete die minder beloopt dan 1000 euro. De Hoge Raad zal in een dergelijk geval volstaan met het oordeel dat de geconstateerde verdragsschending voldoende is gecompenseerd met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, lid 1, van het EVRM. In de gevallen waarin de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden zal de Hoge Raad naar bevind van zaken handelen. In deze zaak is beroep in cassatie ingesteld op 22 november 2005. Het tijdsverloop sindsdien tot het moment dat de Hoge Raad in deze zaak arrest wijst, levert wat de cassatieprocedure betreft een overschrijding op van de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden, evenwel met zo weinig meer dan twaalf maanden dat de Hoge Raad geen aanleiding vindt de boete met meer dan 10 procent te verminderen.

Metadata

Rubriek(en)
Loonbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2001
Instantie
HR
Datum instantie
19 december 2008
Rolnummer
42.763
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BD0191
ECLI:NL:PHR:2008:BD0191
bwbr0002320&artikel=28a&lid=2,bwbr0002320&artikel=67a&lid=1,bwbr0002320&artikel=67b&lid=1,bwbr0002320&artikel=67c&lid=1,bwbr0002320&artikel=67d&lid=1,bwbr0002320&artikel=67e&lid=1,bwbr0002320&artikel=67f&lid=1,bwbr0005537&artikel=5:46&lid=2

Naar de bovenkant van de pagina