Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(80)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(6)
Aan een inwoner van de gemeente Duiven is voor het jaar 2008 een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd welke gebaseerd is op de Verordening reinigingsheffingen 2008 van de gemeente Duiven.
In de Verordening is zowel de heffing van reinigingsrechten als de afvalstoffenheffing geregeld.
Tussen partijen was in geschil of de Verordening onverbindend is, in het bijzonder omdat de opbrengst van de afvalstoffenheffing meer dan kostendekkend zou zijn.
Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de opbrengstlimiet niet is overschreden.
De inwoner betoogt in cassatie dat het Hof de afvalstoffenheffing ten onrechte heeft getoetst aan de opbrengstlimiet van artikel 229b, lid 1, van de Gemeentewet en niet aan artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
Volgens de Hoge Raad heeft het Hof echter onmiskenbaar het voorschrift van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer aan zijn beoordeling ten grondslag gelegd.
Daarbij heeft het Hof terecht dezelfde uitgangspunten voor de verdeling van de stelplicht en de bewijslast gehanteerd als die welke gelden voor de toetsing aan de in artikel 229b, lid 1, van de Gemeentewet voorgeschreven opbrengstlimiet.
De inwoner komt verder tevergeefs op tegen het oordeel van het Hof dat 40 percent van de kosten van het reinigen van het openbaar gebied als kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen mochten worden aangemerkt.
Tot de kosten die verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen kunnen ook worden gerekend de kosten betreffende het voorkomen, beperken en opruimen van zwerfafval, voor zover die kosten worden opgeroepen door huishoudelijke afvalstoffen.
Instantie
HR
Datum instantie
23 mei 2014
Rolnummer
13/02955
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:1192
bwbid=bwbr0&artikel=229b,bwbid=bwbr0&artikel=15.33

X