Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(170)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(7)

In deze BPM-zaak heeft Hof Arnhem-Leeuwarden aan X een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.

In cassatie betoogt X onder meer dat andere rechters dan degenen die de hoofdzaak behandelden, hadden moeten oordelen over het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van de hoofdzaak. X beroept zich in dit verband op artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De Hoge Raad acht het echter niet voor redelijke twijfel vatbaar dat artikel 47 Handvest zich niet verzet tegen een dergelijke werkwijze in nationale procedures. Er is evenmin sprake van een strijdigheid met artikel 6 EVRM. De Hoge Raad oordeelt voorts dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat zich een verknochtheid van zaken als bedoeld in r.o. 3.5.1 van het overzichtsarrest (HR 19 februari 2016, 14/03907, ECLI:NL:HR:2016:252) voordoet. De omstandigheid dat er vele andere zaken zijn waarin dezelfde geschilpunten in wisselende samenstelling aan de orde worden gesteld, kan geen rechtvaardiging vormen voor een langere termijn van berechting.

Het betoog van X dat inhoudt dat zij op grond van artikel 8:73 Awb aanspraak maakt op een vergoeding van rente over het betaalde griffierecht over de periode, beginnend op de dag waarop zij het griffierecht heeft voldaan, faalt. Het oordeel van het Hof daarover is juist (vgl. HR 24 september 2010, 09/03257, ECLI:NL:HR:2010:BN8049). Ook het Unierecht dwingt niet tot vergoeding van dergelijke rente. De immateriële schadevergoeding wordt uiteindelijk vastgesteld op € 3.000.

Immateriële schadevergoeding

De meeste belastingplichtigen willen in geval van een geschil met de Belastingdienst bij voorkeur een eerlijke uitspraak binnen een redelijke termijn, liefst reeds in de bezwaarfase, doch zo mogelijk in elk geval in de beroepsfase. Een eventuele immateriële schadevergoeding vanwege het overschrijden van de redelijke termijn na jarenlang wachten, is een bijproduct waar de gemiddelde belastingplichtige eigenlijk niet op zit te wachten.

De spelregels bij het toekennen van immateriële schadevergoeding wegens het overschrijden van een redelijke termijn heeft de Hoge Raad in een overzichtsarrest van 19 februari 20161 uiteengezet. Dit arrest van 19 april 2019 levert op één punt een verdere verduidelijking op.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2018
Instantie
HR
Datum instantie
19 april 2019
Rolnummer
18/01623
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:623
Auteur(s)
Joost Vetter
Geradts & Vetter Advocaten
NLF-nummer
NLF 2019/1068
Aflevering
9 mei 2019
Judoreg
NFB2465
bwbr0005537&artikel=8:73,bwbr0005537&artikel=8:74,bwbr-evrm&a&artikel=6

X