Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(12)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(2)

De administratie van advocaat X (belanghebbende) is opgemaakt in een Word-document. Dit document is geprint. Het originele Word-document is na het printen van de computer verwijderd. In de administratie is geen koppeling naar de onderliggende gegevens gemaakt aan de hand waarvan deze kan worden gestaafd. Volgens de Inspecteur voldoet de administratie hiermee niet aan de wettelijke normen van artikel 52 AWR. Hij heeft daarom een informatiebeschikking afgegeven. Rechtbank Noord-Holland heeft de informatiebeschikking vernietigd. De Inspecteur heeft hoger beroep ingesteld.

Hof Amsterdam overweegt dat de rechtmatigheid van een informatiebeschikking dient te worden getoetst naar het moment waarop die beschikking is genomen (vgl. HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:130). Het Hof acht aannemelijk geworden dat sprake is geweest van een schending van de administratieplicht door X op 26 maart 2014, te weten het moment waarop de informatiebeschikking is genomen. Later toegezonden Excel-bestanden doen hieraan niet af.

Het Hof acht omkering van de bewijslast redelijk en op haar plaats. De inmiddels ter beschikking van de Inspecteur gekomen Excel-bestanden leiden niet tot de conclusie dat reeds voor deze procedure voor de bewijssanctie geen plaats (meer) is. De Inspecteur heeft immers aangevoerd dat tussen de Word-bestanden en de Excel-bestanden aanzienlijke verschillen bestaan. X heeft die verschillen niet afdoende verklaard. Het hoger beroep van de Inspecteur is gegrond.

Het Hof acht geen termen aanwezig om X alsnog een termijn te bieden om aan zijn administratieverplichting te voldoen.

X heeft incidenteel hoger beroep ingesteld tegen het oordeel van de Rechtbank dat zij geen aanleiding ziet om de Belastingdienst te veroordelen tot betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige verspreiding van de boekhouding. De Rechtbank heeft zich volgens het Hof ten onrechte niet uitgelaten over het door X gedane getuigenaanbod. Het Hof ziet echter geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen inzake de door X verzochte schadevergoeding en acht het oproepen van getuigen niet zinvol.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2008-2010
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
5 juni 2018
Rolnummer
17/00229 t/m 17/00231
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:1746
NLF-nummer
NLF 2018/1875
Aflevering
30 augustus 2018
bwbr0002320&artikel=52&lid=1

X