Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent
In deze IB-zaak stelt X (belanghebbende) dat uitlatingen van een ambtenaar ter inspectie bij hem het vertrouwen hebben gewekt waarop hij zich tegenover de fiscus in redelijkheid mag beroepen, dat hij de meer dan 15.000 gereden kilometers tegen een kilometerprijs van ƒ 0,35 als buitengewone last zou mogen aftrekken.
De Hoge Raad oordeelt dat met name als het gaat om reacties op een verzoek van een belastingplichtige om inlichtingen aangaande de inhoud van wettelijke, dan wel andere door de fiscus in acht te nemen algemene regels, het belang dat de belastingplichtigen erbij hebben dat de fiscus zijn voorlichtende taak onbelemmerd kan vervullen ertoe noopt te aanvaarden dat het risico van een onjuiste inlichting in de regel voor rekening van de betrokken belastingplichtige blijft.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat bijzondere omstandigheden aanleiding kunnen geven van deze regel af te wijken en de fiscus aan dergelijke inlichtingen wel gebonden te achten. Daartoe is ten minste vereist dat die inlichtingen niet zo duidelijk in strijd zijn met een juiste wetstoepassing dat de betrokken belastingplichtige redelijkerwijs zijn onjuistheid had kunnen en moeten beseffen, en voorts dat hij, afgaande op die onjuiste inlichtingen, een handeling heeft verricht of nagelaten, ten gevolge waarvan hij niet alleen de wettelijk verschuldigde belasting heeft te betalen, maar daarenboven schade lijdt.
Als het gaat om als toezeggingen op te vatten uitlatingen van de zijde van de fiscus, waaraan een belastingplichtige het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat de fiscus in zijn geval een bepaalde toepassing zal geven, moet aan het beginsel van behoorlijk bestuur doorslaggevende betekenis worden toegekend.
Ook hierbij moet het voorbehoud worden gemaakt dat de door de belastingplichtige aan de fiscus verschafte, voor diens toezegging relevante gegevens juist zijn, en dat de gedane toezegging niet zo duidelijk in strijd is met een juiste wetstoepassing dat de belastingplichtige op nakoming van die toezegging in redelijkheid niet mocht rekenen.
Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
1976
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
26 september 1979
Rolnummer
19.250
ECLI
ECLI:NL:HR:1979:AM4918

X