Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op vrijdagmiddag 1 februari 2019 is in internationaal perscentrum Nieuwspoort te Den Haag de tweede Jaap van den Berge-Literatuurprijs uitgereikt aan C.A.T. (Cees) Peters.


Na een speech van de voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, Bartjan Zoetmulder, was het woord aan Paul de Haan die op een zeer fraaie manier uitlegde waarom de jury unaniem voor Cees Peters als winnaar van de Jaap van den Berge-Literatuurprijs 2019 heeft gekozen.

En als er wijsheid is, die geen vermoeidheid is,en helderheid, die geen versterving iswil ik die zien, wil ik die horen.En anders wil ik zot en troebel zijn.1

De bespreking in WFR van enige tijd geleden van het proefschrift van onze laureaat begon met een klassieke Pietersiaanse opening. Rens Pieterse schreef:

‘Het domein van het belastingrecht loopt bepaald niet over van de onafhankelijke en werkelijk vrije geesten.’

Die constatering is alleen al genoeg om een werkelijk vrij en onafhankelijk iemand op een long list te plaatsen. Als die iemand dan ook nog eens blijk geeft van nauwgezetheid en analytisch vermogen, komt die op de short list. Als dat tot een consistente en multidisciplinaire output leidt van hoog niveau, is er sprake van scheppingskracht. Dat allemaal bij elkaar, heeft als output een prijs, de Jaap van den Berge-Literatuurprijs.

Al was het Tommy Wieringa die het voorgaande enigszins relativeerde bij de Libris Literatuur Prijs 2013. Hij sprak in zijn dankwoord: ‘de jury’s van prijzen hebben jarenlang de verkeerde gekozen maar dit jaar heeft de jury zich vergist in het voordeel van mijzelf!’

Multidisciplinaire output verbind je op het eerste gezicht met strikt werkende stoommachines en speelgoedtreintjes, maar in het geval van onze laureaat gaat het hierom: het toepassen van politiek- filosofische of politiek-economische beginselen op het internationale fiscale recht.

De beginselen haalde hij met name uit het uiterst bewerkelijke en enorm moeilijk toegankelijke oeuvre van een van de meest spraakmakende filosofen in Europa: Jürgen Habermas. Hoewel velen in de jury een warme belangstelling hebben voor de filosofie, heeft naar ik meen te weten, geen van de leden zich durven te zetten aan een boek van Habermas. Spreker dezes heeft zich beperkt tot een biografie over Habermas. Een van de boeken van de Duitse grootmeester staat onder studenten bekend als het blauwe monster, volgens mij nog net geen 2.000 pagina’s! Wij wachten geduldig op een toegankelijk Netflix-docudrama of een NPO-programma waar volkszanger Frans Bauer ons door het werk van Habermas loodst.

Wat er van zij, de jury meent dat de ongelooflijke moed en het doorzettingsvermogen van de laureaat met zijn zoektocht in het filosofische nog veel meer waardering verdient dan hij al gekregen heeft.

In het geval van staatssteun gaat de prijswinnaar zonder moeite te rade bij de economie of de politieke wetenschap. Waar heel fiscaal Nederland aanvankelijk schande sprak van de staatssteunpositie van de Europese Commissie in zaken als Starbucks, Apple en McDonald’s en de verantwoordelijk Eurocommissaris zelfs gek werd verklaard, vond onze winnaar dat die positie weliswaar ver ging maar niet zonder Europeesrechtelijke grond was. En hij stelde de juiste vragen: (ik citeer)

‘Er is, (...), meer aandacht nodig voor het institutionele perspectief dat het fundament vormt voor het juridische (meer dogmatische) perspectief.’

Het verdere verloop van de discussie heeft hem gelijk gegeven en fiscaal Nederland heeft bakzeil moeten halen op dit punt.

Onze winnaar is op zijn best in de moeilijk af te bakenen tussenposities waar het hedendaagse fiscale recht vol mee is. Het gaat om politiek uitermate gevoelig terrein. Het gaat immers – in zijn woorden – om het precaire evenwicht tussen de staat en de markt in complexe politieke systemen.

In een nog te publiceren stuk kruist onze laureaat met fiscalisten Apeldoorn en Christians aan zijn zijde, de degens met niet de minsten in de internationale arena: Rixen, Dietsch en Dagan. Het artikel gaat over mondiale rechtvaardigheid in belastingen en betreft de vraag wie allemaal minimaal betrokken moeten worden bij de beleidsbepaling om te kunnen spreken van een fair en eerlijk systeem. Ook de OESO moet onder het juk der communicatieve rationaliteit door en wordt – mijns inziens terecht – geknipt en geschoren.

Tegenwoordig dient men strak de media te bedienen en geen hoekje van de publieke ruimte onbenut te laten; ook wetenschappers zijn zeeppoeder. Iedereen doet aan branding en Selbstdarstellung als ware zij zeeppoeder van Unilever. Het is de vraag of de door Habermas en onze laureaat bepleite communicatieve rationaliteit niet verhinderd wordt door duistere machten, plat vermaak en alomtegenwoordige marketing.

Maar onze laureaat is niet naïef.

Het is – denkt de jury – onmogelijk om de Italiaanse schrijver Italo Svevo als lievelingsauteur te hebben en tegelijkertijd een naïef geloof in rationaliteit.

Het volgende ontleen ik aan de dikke literatuurbijbel van wijlen Pieter Steinz:

In het bekendste boek van Svevo is de hoofdpersoon al dertig jaar bezig zijn laatste sigaret te roken, houdt zich verantwoordelijk voor de dood van zijn vader, heeft jarenlang achter de verkeerde vrouw aangelopen, is getrouwd met een engelachtige vrouw die hij bedriegt met een zangeresje, en is bij toeval schatrijk geworden.

Nauwelijks een pleidooi voor welke vorm van rationaliteit dan ook zou ik zeggen. Onze laureaat heeft sowieso een speciale band met Italië – een land dat bekend staat om zijn heerlijke keuken en (…) communicatieve irrationaliteit.

Het is een rustig bezit te weten dat er wetenschappers zijn die zelfgenoegzaam aan een oeuvre werken en met frisse gelijkmoedigheid steentje voor steentje hun kathedralen bouwen. Ernst is – zoals wij allen weten – een serieuze zaak!

In zijn magnum opus meldt onze laureaat het feit dat er niet één oplossing is voor alle fiscale problemen en dat er dus:

‘a pressing need (is) for scholars studying this reality to cooperate and look beyond the borders of their own safely defined research areas’.2

Een aansporing met de kracht van een boodschap.

Waar de huidige fiscaliteit nog steeds in de ban lijkt van het tribale jungle denken van Van Brunschot of wegzinkt in een zee van onoverzichtelijkheid, is het aan werkelijk geëngageerde denkers als onze laureaat om voorzichtig nieuwe wegen in te slaan. Dat onze laureaat woonachtig is in Rotterdam; een stad waar de penninghouder van vorig jaar ook resideert, is een prettige bijkomstigheid! De stad waarover Drs. P dichtte:

‘Gij onvergank’lijke gemeentewaar ik mijn schoonste jaren sleeteer kluift de hond aan mijn gebeentedan dat ik Rotterdam vergeet.’

De winnaar van de Jaap van den Berge-Literatuurprijs is: CEES PETERS!

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Paul de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/0011
Judoreg
NFB2250
Publicatiedatum
7 februari 2019

X