Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk geld bij de bedrijven blijft, wordt het mogelijk om verliezen die bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting dit jaar verwachten te lijden, alvast in aanmerking te nemen bij het bepalen van de winst van 2019. Normaal kan dit ‘verrekenen’ pas plaatsvinden bij het doen van de aangifte vennootschapsbelasting 2020, wat niet eerder dan begin 2021 of later zal zijn. Het kabinet vindt het onwenselijk als bedrijven zo lang moeten wachten op die mogelijkheid. Daarom maakt het kabinet het voor deze bedrijven mogelijk om voor de vennootschapsbelasting het verwachte verlies voor het jaar 2020 door de coronacrisis als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 te brengen. Hierbij geldt dat deze coronareserve niet hoger mag zijn dan de winst van 2019. Gemiddeld ontvangt een bv daardoor € 25.000 al in 2020 in plaats van in 2021. Naar verwachting hebben circa 125.000 bedrijven profijt van deze maatregel. Bouke van der Werf beargumenteert in dit artikel hoe het vormen van een coronavoorziening per ultimo 2019 past binnen de jurisprudentie van de Hoge Raad inzake voorzieningen.

1. Inleiding

De economische impact van de huidige coronacrisis kan voor veel belastingplichtigen bondig worden samengevat in de zin ‘wel uitgaven, geen inkomsten’. Belastingplichtigen zijn naarstig op zoek naar liquiditeit. De overheid heeft hierin al het voortouw genomen met maatregelen als NOW,1 TOGS,2 TOZO3 en uitstel van betaling voor uiteenlopende belastingmiddelen. Daarnaast is in het per 8 mei 2020 gewijzigde Besluit noodmaatregelen coronacrisis, in afwachting van nadere wetgeving, een goedkeuring opgenomen om in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 een fiscale coronareserve te vormen.4 Het is echter mogelijk om binnen de kaders van bestaande wet- en regelgeving – ten minste – ditzelfde resultaat te bereiken!

Uitgaande van een boekjaar gelijk aan kalenderjaar, kunnen uitgaven die in 2020 worden gedaan, maar die per ultimo 2019 al voorzien konden worden, onder voorwaarden fiscaal reeds in 2019 in aanmerking worden genomen. Omdat de meeste belastingplichtigen – gegeven de torenhoge belastingrente tot medio 20205 – reeds een voorlopige aanslag gevraagd en betaald zullen hebben voor hun verwachte winst in 2019, zal het vormen van een voorziening in de aangifte 2019 leiden tot een significante teruggaaf van vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting. Indien het vormen van deze coronavoorziening tot een verlies in 2019 leidt, kan via de reguliere carry back zelfs voor 2018 een teruggaaf worden verkregen.6

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
NLF-nummer
NLF-W 2020/5
Judoreg
NFB3249
Publicatiedatum
13 mei 2020

X