Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(15)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(8)
  • Jurisprudentie(327)
  • Commentaar NLFiscaal(24)
  • Literatuur(35)
  • Recent(35)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(4)

Met de op Prinsjesdag 2019 voorgestelde invoering van een bronbelasting op renten en royalty’s (Wet bronbelasting 2021) wordt door het kabinet beoogd dat de term Nederland-doorstroomland spoedig tot het verleden gaat behoren. De conditionele bronbelasting heeft al menige pen geroerd, maar de formeelrechtelijke bepalingen zoals de geïntroduceerde inlichtingenverplichting en bestuurdersaansprakelijkheid die daarin zijn begrepen, hebben tot op heden nog weinig aandacht gekregen. Deze bijzondere bepalingen zijn een nader onderzoek echter meer dan waard en staan derhalve centraal in deze bijdrage van Lukas Hendriks en Sanne Verhage.

1. Inleiding

De op Prinsjesdag 2019 voorgestelde invoering van een bronbelasting op renten en royalty’s (Wet bronbelasting 2021 of Wet Bb 2021) is onderdeel van het kabinetsbeleid om (internationale) belastingontwijking te bestrijden. De conditionele bronbelasting heeft al menige pen geroerd, maar de formele aspecten zoals de heffingssystematiek, de geïntroduceerde inlichtingenverplichting en de bestuurdersaansprakelijkheid, zijn tot op heden in mindere mate belicht.

In de memorie van toelichting is aangegeven dat de maatregelen op het vlak van het formele belastingrecht en de invordering dienstbaar zijn aan het prohibitieve karakter van de bronbelasting en beogen mogelijk misbruik effectief te kunnen bestrijden.1 2 Om te benadrukken dat dit specifieke bevoegdheden en bepalingen ten behoeve van de bronbelasting zijn, zijn de formele bepalingen opgenomen in de Wet bronbelasting 2021. Het kabinet wijkt met deze keuze, om voor de toepassing van formeelrechtelijke bepalingen niet aan te sluiten bij de reeds bestaande bepalingen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), af van de in de jaren ’50 van de vorige eeuw ontwikkelde en geldende vereenvoudigings- en uniformiteitsgedachte achter de formele belastingwetgeving.3 In dit artikel wordt nader ingegaan op deze formeelrechtelijke regels, waarbij enkele kritische kanttekeningen gemaakt worden.

Rubriek(en)
Interest- en royaltybelasting
NLF-nummer
NLF-W 2020/0019
Judoreg
NFB3716
Publicatiedatum
9 oktober 2020
bwbr0002320&artikel=10a,bwbr0002320&artikel=19,bwbr0002320&artikel=20,bwbr0002320&artikel=47,bwbr0002320&artikel=47a,bwbr0002320&artikel=67o,bwbr0002320&artikel=67r,bwbr0004770&artikel=36,bwbr0004770&artikel=36a,bwbr0042952&artikel=2.1,bwbr0042952&artikel=3.5,bwbr0042952&artikel=5.1,bwbr0042952&artikel=6.1,bwbr0042952&artikel=6.2,bwbr0042952&artikel=6.3

X