Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(7)
  • Internationale regelgeving(2)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(25)
  • Jurisprudentie(117)
  • Commentaar NLFiscaal(52)
  • Literatuur(166)
  • Recent(22)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(16)

In deze beschouwing onderzoeken Michel Ruijschop en Tim Gerats wat de gevolgen zijn van de samenloop van de earningsstrippingmaatregel met de regels inzake de zelfstandige winstbepaling in het kader van de fiscale eenheid. Zij constateren dat de wetgever in een rechtstekort moet voorzien. Die bal ligt bij de staatssecretaris.

1. Inleiding

De earningsstrippingmaatregel is op het tijdstip waarop wij dit artikel schrijven bijna twee jaar van kracht.1 In de literatuur is al behoorlijk wat aandacht geschonken aan de earningsstrippingmaatregel.2

In deze beschouwing besteden wij aandacht aan een onderwerp dat tot dusverre nog niet aan de orde is geweest: de samenloop van de earningsstrippingmaatregel met de regels inzake zelfstandige winstbepaling binnen de fiscale eenheid. In de kern houdt dit laatste in dat voor de toepassing van een aantal regelingen de aan een gevoegde maatschappij toe te rekenen winst van de fiscale eenheid moet worden bepaald alsof deze maatschappij geen deel uitmaakt van de fiscale eenheid. Deze zelfstandige winstbepaling is opgenomen in artikel 15ah Wet VpB 1969 en heeft vooral betekenis voor de verrekening van verliezen over het voegingstijdstip heen.3 Naar aanleiding van diverse praktijkervaringen hebben wij ons de vraag gesteld wat de gevolgen van de introductie van de earningsstrippingmaatregel zijn voor de bepaling van deze zelfstandige winst. Wij onderzoeken daarbij (ook) in hoeverre de geconstateerde gevolgen in lijn zijn met doel en strekking van artikel 15ah Wet VpB 1969.

bwbr0002672&artikel=10,bwbr0002672&artikel=10a,bwbr0002672&artikel=10d,bwbr0002672&artikel=13l,bwbr0002672&artikel=15ah,bwbr0002672&artikel=15b,bwbr0002672&artikel=20a

X