Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal(7)
  • Literatuur(5)
  • Recent

Het artikel van Bart van der Burgt over de voorgestelde beperking van liquidatieverliezen van meer dan € 5 miljoen (NLF-W 2020/21) zoals opgenomen in het wetsvoorstel ‘Beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling’ (35 568) heeft geleid tot een nota van wijziging. Dit wetsvoorstel is thans in behandeling bij de Eerste Kamer waar het naar alle waarschijnlijkheid op 15 december 2020 zal worden aangenomen. De parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel biedt een uitgelezen mogelijkheid om de liquidatieverliesregeling evenwichtiger te maken en de samenloop met splitsingen, aandelenfusies en juridische fusies goed te regelen. Het zou voor de wetgever een gemiste kans zijn om deze handschoen te laten liggen. Van der Burgt geeft in dit artikel aan hoe de regeling een stuk evenwichtiger kan worden als dit (nog tijdig) wordt opgepakt door de Haagse wetgever.

1. Inleiding

Onlangs is in NLF-W een artikel van mijn hand verschenen over de voorgestelde beperking van liquidatieverliezen van meer dan € 5 miljoen.1 Daarin heb ik de volgende vraag opgeworpen en beantwoord: hoe werkt deze voorgestelde beperking uit wanneer het lichaam waarin wordt deelgenomen (de deelneming) als splitsende rechtspersoon een (zuivere) splitsing tot stand brengt? Mijn conclusie was dat houders van een deelneming in de splitsende rechtspersoon een potentieel liquidatieverlies van meer dan € 5 miljoen in voorkomende gevallen geheel overeind kunnen houden door middel van een splitsing van het lichaam waarin wordt deelgenomen. De reden is dat zo’n splitsing de relevante factoren kan doorkruisen, die bepalen of een liquidatieverlies boven de € 5 miljoen in aanmerking kan worden genomen. In mijn artikel heb ik opgeroepen om tijdens de verdere parlementaire behandeling aandacht te besteden aan deze problematiek. Aan het slot schreef ik het volgende:

‘De vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, aanvullende maatregelen noodzakelijk en proportioneel zijn, verdient daarbij aandacht.’

Een paar weken later kan worden geconstateerd dat er zeker aandacht is voor de samenloop van de voorgestelde beperking en de rechtsfiguur van de splitsing. Er is namelijk een nota van wijziging verschenen waarin wordt voorgesteld om artikel 13j, lid 2, Wet VpB 1969 aan te passen.2 Die bepaling is gericht op houders van een deelneming in de splitsende rechtspersoon en gaat over het vaststellen van het opgeofferde bedrag dat op het niveau van dergelijke participerende lichamen geldt voor de aandelen die zij direct na de splitsing houden in de afsplitsende en/of verkrijgende rechtspersonen.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Wetsartikelen
Auteur(s)
Bart van der Burgt
BDO/Tilburg University
NLF-nummer
NLF-W 2020/0024
Judoreg
NFB3831
Publicatiedatum
8 december 2020
bwbr0002672&artikel=13j

X