Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(9)
  • Jurisprudentie(34)
  • Commentaar NLFiscaal(28)
  • Literatuur(17)
  • Recent(10)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(7)

Op 19 januari 2021 hield prof. dr. J.L. van de Streek zijn afscheidscollege aan de UvA. Het college ging over de belastingheffing over dividenden naar laagbelastende jurisdicties. De aanpak van belastingontwijking door multinationals staat hoog op de internationale beleidsagenda. Ook nemen veel landen eigen maatregelen. In zijn afscheidscollege inventariseerde Van de Streek in hoeverre de Wet op de dividendbelasting 1965 toestaat dat Nederland als toegangspoort functioneert voor dividendstromen naar laagbelastende jurisdicties, en voor zover dat het geval is, of dat een probleem is. Vervolgens bracht hij mogelijkheden in kaart om, als dat is gewenst, dergelijke dividendstromen te belasten. Van de Streek is per 1 januari 2021 als hoogleraar belastingrecht overgestapt naar de Universiteit van Leiden.

Deze bijdrage is een bewerking van het college dat Jan van de Streek op 19 januari 2021 verzorgde aan de Universiteit van Amsterdam ter gelegenheid van zijn afscheid. 1. Inleiding

Op 29 mei 2020 heeft het kabinet aangekondigd aanvullende maatregelen te willen treffen tegen dividendstromen naar laagbelastende jurisdicties in concernverband.1 Hiertoe bestaat het plan om de per 1 januari 2021 ingevoerde Wet bronbelasting 2021 uit te breiden met dividenden. Onder laagbelastende jurisdicties worden in dit verband landen verstaan die een statutair tarief voor de winstbelasting hanteren van minder dan 9% en de landen die voorkomen op de EU-lijst van niet-coöperatieve belastingjurisdicties.2 De bedoeling van het kabinet is om het wetsvoorstel in het voorjaar van 2021 aan te bieden aan de Tweede Kamer. Hierop vooruitlopend heeft in het najaar van 2020 een consulatie plaatsgevonden van een ambtelijk voorontwerp.3 De beoogde wetswijziging zou in 2024 in werking moeten treden.

Evenals de bronheffing op rente- en royaltybetalingen beoogt het kabinet met de aanvullende maatregel te voorkomen dat Nederland nog langer wordt gebruikt als toegangspoort naar laagbelastende jurisdicties. De bronbelasting op rente- en royaltybetalingen heeft daarnaast als doel het verkleinen van het risico op grondslaguitholling. Deze doelstelling speelt niet bij dividenden omdat die niet aftrekbaar zijn voor de heffing van een winstbelasting. Ik wijs erop dat de aanvullende bronbelasting vooral lijkt te moeten worden gezien als een internationaal-politiek signaal dat Nederland werk maakt van de strijd tegen belastingontwijking in het algemeen. Zo weerhoudt het feit dat het risico op belastingontwijking bij dividenden (fors) kleiner is dan bij rente- en royaltybetalingen het kabinet er niet van om de aanvullende maatregel te willen treffen.4 Met de aanvullende bronheffing op dividenden wil het kabinet, zo begrijp ik, aldus tegengaan dat (mobiel) kapitaal via Nederland belandt in jurisdicties waar het rendement erop niet of laag wordt belast. Nederland neemt deze jurisdicties in wezen fiscaal de maat. Een dergelijke fiscaal-instrumentalistische doelstelling alsmede de afbakening van de jurisdicties waarom het gaat, heeft mijns inziens een hoog politiek gehalte.5 Hetzelfde geldt voor de afruil van een dergelijke maatregel tegen het vestigingsklimaat.6

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Wetsartikelen
Auteur(s)
Jan van de Streek
Universiteit Leiden
NLF-nummer
NLF-W 2021/0001
Judoreg
NFB4069
Publicatiedatum
28 januari 2021
bwbr0002515&artikel=1,bwbr0002515&artikel=4,bwbr0002672&artikel=25

X