Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(38)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(14)
  • Recent(18)

Angelique Perdaems en Rebecca Hoekman bespreken de adviseursjurisprudentie. Als aan de belastingplichtige een boete is opgelegd en de aangifte is ingediend door een adviseur of de aangifte is gebaseerd op een advies van een adviseur, dan kan een beroep op de adviseursjurisprudentie worden gedaan. De Hoge Raad heeft de criteria die gelden voor een beroep op de adviseursjurisprudentie de laatste jaren verder ingevuld.

1. Inleiding

Het invullen van een belastingaangifte is vanwege de steeds ingewikkeldere belastingwetten voor een ondernemer niet makkelijk. De belastingplichtige laat de aangifte dan ook vaak invullen door een belastingadviseur, boekhouder of accountant. Hij mag er dan op vertrouwen dat de aangifte juist wordt ingevuld. Maar ook als de belastingplichtige een deskundige inschakelt voor het invullen en indienen van zijn belastingaangifte, kan achteraf discussie met de Belastingdienst ontstaan over de juistheid van de aangifte. Als de Inspecteur meent dat de aangifte opzettelijk of met grove schuld onjuist is ingediend, kan aan de belastingplichtige een boete worden opgelegd.

Van opzet of grove schuld is niet zomaar sprake en het is aan de Inspecteur om te bewijzen dat de belastingplichtige een verwijt kan worden gemaakt. De Inspecteur moet bewijzen dat de geestesgesteldheid, die als opzet of grove schuld kwalificeert, aanwezig is. Het is vaste jurisprudentie dat van grove schuld dan wel opzet geen sprake is als bijvoorbeeld in de aangifte een pleitbaar standpunt is ingenomen. Ook in het geval de belastingplichtige zich heeft laten voorlichten door een deskundige belastingadviseur of de aangifte door een deskundige heeft laten indienen, is van grove schuld of opzet in beginsel geen sprake. In dat geval kan de belastingplichtige onder omstandigheden een beroep doen op de jurisprudentie die ziet op beboeting als een deskundig adviseur is ingeschakeld (hierna: adviseursjurisprudentie). Deze jurisprudentie komt erop neer dat de belastingplichtige moet kunnen vertrouwen op de juistheid van de door de deskundige adviseur ingediende aangifte. Waarbij adviseur een ruim begrip is; daaronder kunnen bijvoorbeeld de belastingadviseur, boekhouder of accountant worden verstaan. Het uitgangspunt is dat beboeting van de belastingplichtige pas aan de orde kan komen als de belastingplichtige zelf het verwijt van opzet of grove schuld kan worden gemaakt.1

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Wetsartikelen
Auteur(s)
Angelique Perdaems
Hertoghs advocaten
Rebecca Hoekman
Hertoghs advocaten
NLF-nummer
NLF-W 2021/0004
Judoreg
NFB4104
Publicatiedatum
9 februari 2021
bwbr0002320&artikel=67o,bwbr0005537&artikel=5:1,bwbv0001000&artikel=6

X