Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(9)
  • Jurisprudentie(66)
  • Commentaar NLFiscaal(9)
  • Literatuur(81)
  • Recent(12)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(4)

Het kabinet accepteert expliciet een onevenwichtige uitkomst in artikel 10a Wet VpB 1969 zoals geschetst door de NOB. De onevenwichtigheid zoals omschreven door de NOB kan geheel worden weggenomen door het waarderen van de langlopende ‘10a-schuld’ op historische valutakoers. Deze waarderingsmethode is in lijn met goed koopmansgebruik en er lijkt ruimte te zijn voor het standpunt dat (voor bestaande ‘10a-schulden’) geen sprake is van een incidenteel fiscaal voordeel bij een eventuele stelselwijziging. Hierbij is aan te bevelen om uiterlijk in de aangifte vennootschapsbelasting 2020 de stelselwijziging voor bestaande ‘10a-schulden’ door te voeren.

1. Inleiding

Artikel 10a Wet VpB 1969 tracht uitholling van de grondslag te voorkomen door rente op specifieke leningen binnen concern niet in aftrek toe te laten. Renten met betrekking tot schulden aan verbonden lichamen, daaronder begrepen kosten en valutaresultaten, kunnen niet in aftrek worden gebracht voor zover zij verband houden met bepaalde rechtshandelingen. Dat zowel negatieve als positieve valutaresultaten op een ‘10a-schuld’ onder de aftrekbeperking vallen, is bepaald door de Hoge Raad.1

Per 1 januari 2021 is een nieuwe bepaling in artikel 10a Wet VpB 1969 opgenomen. De wijziging zorgt ervoor dat artikel 10a Wet VpB 1969 niet meer kan leiden tot een vrijstelling van positieve valutaresultaten dan wel negatieve rente. In feite wordt door de wijziging het arrest van de Hoge Raad overruled en dit zou kunnen resulteren in onevenwichtige effecten.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Wetsartikelen
Auteur(s)
Rob van Ostaijen
EY
NLF-nummer
NLF-W 2021/0010
Judoreg
NFB4198
Publicatiedatum
18 maart 2021
bwbr0002672&artikel=10a

X