Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Deze bijdrage gaat over de dialoog en samenwerking tussen het HvJ en de verwijzende rechterlijke instantie. Erik Ros bespreekt hoe het HvJ en de verwijzende rechterlijke instantie de dialoog en samenwerking kunnen beïnvloeden en verbeteren. Belangrijke elementen van een dialoog zijn vraag, antwoord en proces. Aan de hand van deze elementen bespreekt de auteur de prejudiciële verwijzingsprocedure en gaat hij daarbij in op de mogelijke oorzaken die ten grondslag liggen aan kritiek op de arresten van het HvJ. Hij doet onder andere de suggestie om de verwijzende rechterlijke instantie aanwezig te laten zijn en spreektijd te geven bij de mondelinge behandeling van een zaak voor het HvJ.

1. Inleiding

Op 11 mei 2017 mocht ik mijn proefschrift1 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam verdedigen. Eén van de stellingen bij mijn proefschrift vormde de aanleiding tot een interessante gedachtenwisseling. Deze stelling luidde:

‘Om de dialoog te verbeteren moet de verwijzende nationale rechter in de prejudiciële procedures voor het HvJ aanwezig zijn en spreektijd krijgen’.

Het Hof van Justitie (hierna: HvJ) wordt met enige regelmaat verweten (intern) inconsistente uitspraken te doen, geen oog te hebben voor de systematische ontwikkeling van het recht, uitspraken onvoldoende te motiveren, geringe kennis te hebben van de feitelijke en juridische context van het voorgelegde geschil en onvoldoende inzicht te laten zien in de bredere gevolgen van een gewezen arrest.2 Ook in de fiscale literatuur klinkt de kritiek op het HvJ. Zo zou het HvJ in de toetsing van nationale fiscale maatregelen de balans te veel laten doorslaan naar de verkeersvrijheden ten koste van de nationale fiscale soevereiniteit, onvoldoende kennis hebben van belastingrecht, meer als pseudowetgever in plaats van als rechter optreden en de verkeersvrijheden op het terrein van de directe belastingen inconsistent en onduidelijk toepassen waardoor nationale wetgevers en belastingplichtigen niet goed weten welke nationale maatregelen EU-proof zijn en welke niet.3

Rubriek(en)
Europees belastingrecht
Auteur(s)
Erik Ros
ESL
NLF-nummer
NLF-W 2021/0015
Judoreg
NFB4264
Publicatiedatum
19 april 2021

X